Was hij een pooier of een vriend?

Het OM eiste gisteren drie jaar tegen de man die een 16-jarig meisje als prostituee liet werken. Hij zei zelf dat hij haar wilde beschermen.

Een vriendin beschermen die zich wilde prostitueren. Meer deed de 21-jarige Armin A., hoofdverdachte in de Valkenburgse zedenzaak, niet, zei hij gisteren voor de rechtbank in Maastricht. Zodat haar niets zou overkomen. „Ik heb niet met een slecht geweten gehandeld.”

Het Openbaar Ministerie (OM) denkt daar heel anders over. Dat vindt dat A. voldoet aan het klassieke beeld van de loverboy „of liever: pooierboy”. Volgens justitie hield A. niet alleen een oogje in het zeil: hij huurde de hotelkamers, onderhield telefonisch contact met klanten, liet ze binnen en bracht ze naar het toen nog 16-jarige Heerlense meisje, onderhandelde over prijzen, tijdsduur en te leveren diensten.

Het OM eiste gisteren een gevangenisstraf van drie jaar tegen A., waarvan zes maanden voorwaardelijk. Nadat hij zijn straf heeft uitgezeten, dient de reclassering hem in de gaten te houden, vindt justitie. Dit „om toezicht te houden op zijn normbesef richting meisjes en vrouwen”.

Het Heerlense meisje had vorig jaar oktober gedurende drie periodes in een Valkenburgs hotel betaalde seks met tientallen mannen. Justitie betrapte haar uiteindelijk op 14 oktober op heterdaad met een klant. A. werd op het toilet gearresteerd. Uit gegevens uit zijn telefoon en op de kamer gevonden condooms leidde het Openbaar Ministerie de aantallen klanten af. Destijds sprak justitie van tachtig mannen. Twee van hen hebben inmiddels zelfmoord gepleegd.

A. (eerder veroordeeld voor afpersing, mishandeling, diefstal en vernieling) en het meisje hadden vorig voorjaar kortstondig een verhouding. Daarna bleef zij volgens justitie „smoorverliefd” op hem. Er ontstond een afhankelijkheidsrelatie waarbij A. zelfs honderd euro per ontmoeting vroeg. Kort daarna zou hij volgens haar de mogelijkheid van prostitutie hebben geopperd. Hij wees haar op sekssites, waar ze zich vervolgens onder de valse naam Kimberley met tekst en foto’s aanbood.

A.’s advocaat Arthur Vonken vroeg om vrijlating van zijn cliënt, omdat die al acht maanden heeft vastgezeten. De raadsman benadrukte dat A. het meisje alleen maar een beetje had geholpen. „Hij heeft haar niet opgesloten, niet mishandeld, was niet agressief en heeft haar geld niet ingepikt. Ondertussen gooide het OM telkenmale brandstof op het hellevuur waarop mijn cliënt zou moeten branden. Dat leidde tot exorbitante media-aandacht.”

Het OM drong gisteren opnieuw aan op onderzoek van A. in het Pieter Baan Centrum, om inzicht te krijgen in diens persoonlijkheid. „Er lijkt sprake van een gebrekkig geweten”, zei officier van justitie David van Kuppeveld. De verdachte liet weten absoluut niet mee te willen werken aan zo’n traject. De rechtbank wees het verzoek tot observatie af, „omdat we al genoeg zijn voorgelicht over de persoonlijkheid van A”.

Advocaat Nino Pennino eiste in een besloten gedeelte van de rechtszaak namens de ouders van het meisje 12.500 euro vergoeding voor immateriële schade en 14.500 euro voor gemaakte kosten. Het OM vindt dat het meisje een hogere schadevergoeding moet krijgen, namelijk 34.600 euro.

Ze wordt momenteel behandeld in een gesloten jeugdzorginrichting. Volgens advocaat Pennino is nog niet duidelijk wanneer daar een einde aan komt.

De rechtbank doet donderdag 2 juli uitspraak. Vanaf 8 juli komen 29 klanten van het Heerlense meisje voor de rechter.