Toorop en Mussolini, die twee namen in één adem

Rudie Kagie leest elke week een ‘fout’ boek over een politieke leider die inmiddels op de mestvaalt van de geschiedenis is beland. Vandaag: Mussolini.

Illustratie Pepijn Barnard
Illustratie Pepijn Barnard

De veelzijdige Jan Toorop (1858-1928) was waarschijnlijk de grootste Nederlandse kunstenaar van zijn tijd. Dat hij in stilte een bijna religieuze verering voor de Italiaanse fascist Benito Mussolini koesterde, werd drie maanden na zijn dood wereldkundig gemaakt door de Brabantse priester Wouter Lutkie die daar een opzienbarend boek over schreef: Van Toorop naar Mussolini. In zijn voorwoord hield de auteur er rekening mee dat de coming out van Toorop zou inslaan als een bom: „Wát! Toorop en Mussolini! Die twee namen in één adem! Die twee figuren in één verband!” Maar Lutkie zelf heulde ook met het Italiaanse fascisme. Hij ging met twee door Toorop geschilderde portretten van Il Duce onder de arm in Rome op audiëntie. De gevleide dictator gaf als dank een gesigneerde foto van zichzelf mee: ‘Al pittore Toorop, con grande ammirazione.’

Jan Toorop had zich op latere leeftijd tot het katholicisme bekeerd. Zijn bewondering voor de Italiaanse leider had volgens het boek te maken met „de mystieke betekenis van Mussolini”. Zo geloofde de kunstenaar „dat de Dictator een door God gewilde materiële steun zal zijn voor de kerk”. Persoonsverheerlijking is te zwak uitgedrukt voor de strekking van de door Lutkie uit de mond van Toorop opgetekende monoloog over de pracht en de kracht die de mens Mussolini uitstraalde. „Overal vind je die sterke energieke trekken op terug. Alles wat hij doet, doet hij uitstekend, zie je. Hij had ook een groot veldheer kunnen worden, ook een groot dichter of een groot musicus, een groot redenaar, een groot heilige, een groot mysticus of zelfs een groot roverhoofdman.” Op zijn beurt herkende Lutkie in Mussolini „de oppermens van onze tijd, universeel, tijdloos, toch bij uitstek modern”. Hij wees erop dat jonge mensen Mussolini verwelkomden als de visionair die hen uit hun geestelijke armtierigheid zou verlossen. Hij had honger geleden, onder bruggen geslapen en geschooid om een stuk brood. Kortom, Mussolini was een oprechte idealist. „Hij heeft nog niet één laten executeren, ofschoon duizenden hem naar het leven staan.” Dat klopte toen nog. Van Toorop naar Mussolini verscheen voordat het Italiaanse fascisme zich van zijn agressieve kant had laten zien. De propagandafilmpjes die aantoonden dat Mussolini de treinen op tijd liet rijden, maakten indruk.

Wouter Lutkie zou later de Nederlandse Katholieke Esperantisten Unie oprichten, was actief in de geheelonthoudersbeweging en runde gedurende 35 jaar het culturele maandblad Aristo. Naoorlogs onderzoek pleitte hem vrij van collaboratie, al werd zijn flirt met het Italiaanse fascisme hem tot aan zijn dood in 1968 nagedragen. De fascinatie van Toorop leeft voort in een monument dat in 1937 te zijner ere op een hoek van de Jacob Catslaan in Den Haag werd onthuld. In het gedenkteken is de wilskrachtige kop van Mussolini verwerkt.