Te slecht voor covers, dus verzonnen ze zelf maar iets

Ze zijn vernoemd naar een Pokémon en hun debuutalbum kreeg lovende kritieken. De Britse band Gengahr speelt zondag op Best Kept Secret in Hilvarenbeek.

De Britse band Gengahr, hier tijdens een optreden in 2014. Foto Carolina Faruolo/Corbis
De Britse band Gengahr, hier tijdens een optreden in 2014. Foto Carolina Faruolo/Corbis

Het kon niet lang geheim blijven: Gengahr behoort tot de beste nieuwe bands van Engeland. Hun dromerige popmuziek met ijle zang en inventief gitaarspel gaat zondag het Best Kept Secret-festival in Hilvarenbeek betoveren. Debuutalbum A Dream Outside heeft raakvlakken met andere bevlogen falsetpop: Smokey Robinson, MGMT, Tame Impala. Ze zijn psychedelisch zonder drugs en brengen de heupen in beweging met verleidelijke, subtiele ritmes. Gitarist John Victor wordt getipt als een nieuwe Johnny Marr: hij tovert geluiden uit zijn gitaar die je nog nooit eerder hebt gehoord.

De paarse Pokémon Gengar stond model voor de naam van de groep uit Noord-Londen. „We hebben er een letter aan toegevoegd”, zegt zanger Felix Bushe, „om problemen met copyright te voorkomen. Pokémon was een obsessie voor ons toen we op school zaten; we waren er al onze vrije tijd aan kwijt. Toen we samen muziek begonnen te maken was de herinnering aan dat verslavende spelletje iets dat ons samenbond. Sinds een paar jaar is muziek onze grote verslaving.”

Felix Bushe, John Victor, bassist Hugh Schulte en drummer Danny Ward gingen niet over één nacht ijs bij het verkrijgen van hun zorgvuldig uitgedachte sound. Felix: „We begonnen onze band toen we een jaar of dertien waren en hebben er tien jaar over gedaan om te komen waar we nu zijn. In het begin waren we te slecht om covers van favoriete liedjes te spelen, dus verzonnen we zelf iets met de geringe techniek die we hadden. Uiteindelijk heeft dat in ons voordeel gewerkt, want we kwamen automatisch uit bij een origineel geluid. Het is nooit in ons opgekomen om een andere band na te spelen.”

Viersterrenrecensies voor debuut

Oorspronkelijke ideeën zijn belangrijker dan technische finesse, vindt Felix. Een band die veel speelt wordt vanzelf goed. „In het begin was het leuk om rommelige punkmuziek te maken met de paar akkoorden die we kenden. John kreeg een paar jaar les in gitaarspelen en muziekproductie, en deelde zijn kennis met ons. Na verloop van tijd ga je op zoek naar interessantere melodieën en subtielere songstructuren. Een paar jaar geleden hadden we nog niet kunnen vermoeden dat we uit zouden komen bij de dromerige muziek die we nu spelen.”

Felix ontdekte gaandeweg dat zijn falset de meest natuurlijke manier was om te zingen. „Eerst vond ik het verschrikkelijk, maar mijn bandmaten vertelden me dat het cool klonk. Toen ze de vergelijking met Neil Young maakten, was ik snel om. Falset lijkt een moeilijke techniek, maar voor mij was het een verademing nadat ik vroeger de longen uit mijn lijf schreeuwde en elke avond mijn stem kwijtraakte. Als ik falset zing bereik ik zonder grote inspanning de achterste rijen van de zaal.”

De toekomst lacht ze toe, nu ze met hun debuutalbum overal viersterrenrecensies binnenhalen. Vorige zomer stond Gengahr al op het Glastonburyfestival en eerder dit jaar speelden ze als voorprogramma van Alt-J in de grootste zalen van Engeland. „Het is tijd om de definitie van indiepop bij te stellen”, zegt Felix opgetogen. „Kleine onafhankelijke bands kunnen in korte tijd uitgroeien tot publiekstrekkers die arena’s vullen, zo zie je aan Alt-J. Het leek een onbereikbare droom om als popmuzikant een bestaan op te bouwen. Ik zou nu niet eens meer tijd hebben voor een gewone baan, want we hebben het te druk met spelen.”