Straks zijn we folklore

Het duurde maar een jaar of vijftien. En een jaar of vier, vijf (zo tussen 1824 en 1828) zag het er zelfs naar uit dat het amalgaam tussen Noord en Zuid echt wel toekomst kon krijgen. Maar in 1830 was het voorbij: het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, een constructiestaat die in de eerste plaats een schepping was van het Congres van Wenen, was verleden tijd. Nederland en België zouden voortaan elk hun eigen gang gaan.

Dit jaar is het tweehonderd jaar geleden dat dat Verenigd Koninkrijk tot stand kwam. Het is de eerste keer dat deze gebeurtenis echt herdacht wordt. In 1915 viel er uiteraard weinig te vieren, in 1965 was er weinig belangstelling. Ook dit jaar zie je niet meteen Belgen en Nederlanders die elkaar in de armen vallen om dit gemeenschappelijk verleden te herdenken. Maar de tweehonderdste verjaardag is wél het uitgelezen moment voor nieuw wetenschappelijk onderzoek.

Het beste boek dat ik las is Het (on)Verenigd Koninkrijk. Een politiek experiment in de Lage Landen 1815-1830 - 2015, waarin een twintigtal vooraanstaande en veelal relatief jonge wetenschappers onderdelen van integratie en desintegratie analyseren in evenveel korte wetenschappelijke essays: de rol van koning Willem I, zijn taal- en kerkpolitiek, het nationaal besef, de grensoverschrijdende culturele samenwerking , het orangisme… Ze doen dat nuchter en ‘voorbij triomf, rancune en nostalgie’. Maar de afsluitende woorden van schrijver Geert van Istendael zijn wel vol vuur: ‘Ik ben ervan overtuigd dat we zonder toenadering tussen Noord en Zuid, ja, noem het maar integratie, gedoemd zijn te verschrompelen tot een folkloristisch restant of restloos te verdwijnen. Het zou een onherstelbaar verlies zijn voor de Europese beschaving’. Ik kan het enkel heel erg met hem eens zijn.