Storend koptelefoongefluister Oerol

Snaut en Kris, personages uit Project Solaris van Hanneke de Jong en Jonas de Witte, te zien op Oerol.
Snaut en Kris, personages uit Project Solaris van Hanneke de Jong en Jonas de Witte, te zien op Oerol.

De koptelefoon is dit jaar geheel ingeburgerd op Oerol. Bij drie voorstellingen wordt het apparaat ingezet om toeschouwers in het oor te fluisteren en af te schermen van de omgeving. Dat geeft al direct een interessante ervaring. Maar het is ook een theatraal wapen dat snel verkeerd staat afgesteld.

Bij Project Solaris (naar de verfilmde sciencefictionroman van Stanislav Lem) van Hanneke de Jong en Jonas de Witte krijgt de deelnemer behalve een koptelefoon een mobiel met videobeeld in zijn handen. Op het scherm is te zien hoe een vrouw met rode jurk en witte laarzen ons voorgaat op een pad door de duinen. Terwijl deze Kris ook opduikt in het echt, met haar tegenvoeter Snaut.

De wisseling van video en live acteren levert intrigerende overgangen op. Maar over wat echt is en wat niet, krijgt de deelnemer ook nog eens onafgebroken esoterische en pseudofilosofische theorieën zwoel in het oor gefluisterd. Dat voorkomt dat er ook nog een verhaal te beleven valt.

Veel simpeler is hoe het Hongaarse Stereo Akt in Promenade bezoekers in een bus over het eiland rondrijdt en voortdurend op straat, als de bus halt houdt, vervreemdende scènes speelt. Veel achtervolgingen, kleine ruzies en onbegrip: in aangezet spel, want zonder geluid. De muziek en stem in de koptelefoon voegen daar weinig aan toe. Het is vooral amusant om de verbazing van passanten te zien die niet beseffen dat ze in een scène terecht zijn gekomen.

Onder ons van Roma B, een concept van Marike Splint, hanteert een psychotherapeutische vorm van ervaringstheater: je krijgt de vraag in hoeverre je een individu bent en schakel van een gemeenschap. De deelnemers moeten zich ’s ochtends, met een zalvende vrouwenstem op de koptelefoon, in de drukte begeven van festivallocatie Westerkeyn. Een van de opdrachten is een andere bezoeker te schaduwen en zijn bewegingen te imiteren.

Bij deel twee van de voorstelling, ’s middags, staat de groep op een veld in een kring. In de koptelefoon vragen die je jezelf niet (meer) dagelijks stelt, van het type: ben je bereid te sterven voor je partner; heb je wel eens racistische gedachten. Te beantwoorden met een stap naar voren of achter. Maar de vragen ontberen een opbouw en de antwoorden veranderen het samenzijn niet. De poging een gemeenschap te vormen, blijft steken bij elkaar aankijken; oogcontact van het eenzaamste soort, om met Spinvis te spreken.

Het ouderwets vanaf een tribune kijken naar teksttoneel doet het dan toch beter op deze editie van Oerol. Jonge makers die een kans krijgen, grijpen die ook. Zoals Bog, dat het fascinerende Een poging het leven te herstructureren speelt. Midden in het bos nemen vier acteurs de keuzes en gebeurtenissen van een heel mensenleven door, van wieg tot graf. Het bijzondere is dat de taal hoofdzakelijk uit werkwoorden bestaat, personen ontbreken nagenoeg. Razend knap is het hoe de acteurs elkaar in staccato ritme aanvullen en betekenis in de woorden weten te leggen. Het effect is hypnotiserend, geestig en ontroerend bij episodes over liefde, seks en dood. Er is zoveel te kiezen, zoveel te doen.

Bijzonder van taal is ook de rauwe voorstelling Motief knokpartij bruiloft nog steeds onbekend van Het Eerste Kwartier. Regisseur Wilhelmer van Efferink liet vijf auteurs elk een tekst voor één personage schrijven en monteerde die monologen tot een absurdistische reconstructie van een uit de hand gelopen bruiloft: zwartgallig, bijtend.