Stalen liefde roest niet

Even leek het erop dat alle wielrenners hun fietsen inruilden voor een exemplaar van het lichte carbon. Maar staal is terug. Voor de liefhebbers van retro en vintage fietsen.

Retrofietsen is in, met stalen fietsen en badstof koerstruien. Foto’s Duncan Defey
Retrofietsen is in, met stalen fietsen en badstof koerstruien. Foto’s Duncan Defey

‘Only steel is real’ staat er op de shirts van de Vintage Boys uit Luxemburg. In het centrum van Oudenaarde staan ze aan de start van de Retroronde van Vlaanderen. Ze zijn omringd door ongeveer duizend gelijkgezinden. Allemaal wielrenners op een stalen fiets van minimaal twintig jaar oud. Dat is dan ook de regel van de Retroronde: alleen stalen fietsen, de schakelaars voor de versnellingen moeten op het frame zitten en geen klikpedalen. Ook moderne outfits zijn uit den boze. Dus staan de deelnemers in wollen of badstof koerstruien van Molteni, Peugeot en TI Raleigh. Op fietsen met namen als RIH, Flandria, Gouden Leeuw, Gazelle, Gios, Eddy Merckx en Pinarello. De berijders hebben ouderwetse, leren worstenhelmpjes op. En dan zijn er ook nog de hipsters met grote baarden, krulsnorren en tatoeages.

De stalen fiets is helemaal terug en hip, net als de platenspeler en de filterkoffie. Midden jaren negentig verruilden de wielerprofs hun stalen rossen voor aluminium fietsen en in 1999 werd de Tour de France voor het eerst op een carbon fiets gewonnen. Carbon is de standaard bij de profs, de wielertoeristen met een kleiner budget kiezen voor aluminium. Aluminium en zeker carbon is lichter en de kracht die je op de trappers zet, wordt directer omgezet in snelheid. Heel groot zijn de verschillen niet, wel als je de snelste van iedereen wilt zijn.

Wie moet nou elf versnellingen?

Alleen de retrofietsers geven de voorkeur aan staal. „Ik zie het voordeel niet van zo’n moderne fiets”, zegt Erik Boelen. „Zeker niet in Nederland waar geen heuvel te vinden is. En dan hebben ze tegenwoordig elf versnellingen bij het achterwiel. Je gebruikt er toch altijd maar drie dus de rest is volkomen overbodig.” Al negen jaar organiseert Boelen de beurs Stalen Ros in Neerkant, waar onderdelen en fietsen worden verkocht. Aan de drukte merkt hij hoe de stalen fietsen in de lift zitten. „We zijn ongeveer tegelijk begonnen met de Retroronde van Vlaanderen. De eerste keer deden hier een man of honderd aan mee, afgelopen zondag waren het er duizend. En ook op onze beurs is het steeds drukker geworden. We zien ook steeds meer jonge mensen.”

Voor de liefhebbers van mooi en bijzonder heeft ook de fietsfabrikant RIH in Amsterdam een doorstart gemaakt. Toen initiatiefnemer Diederik Martens hoorde dat het oude merk RIH (gestart in 1921) dreigde te stoppen, greep hij in: „Bijzondere stalen fietsen zitten juist weer in de lift. Wij maken ze nieuw op maat voor liefhebbers van kwaliteit en comfort. Want dat bieden stalen fietsen. Het is een ideale fiets voor de wielertoerist. Je hebt iets wat anders is en het gaat jaren mee, dat kun je van carbon niet zeggen.”

De liefde voor de fiets is internationaal. Niet alleen RIH heeft kopers uit het buitenland. Bij de Retroronde doen naast Belgen en Nederlanders ook Fransen, Duitsers, Italianen, Denen, Finnen en fietsers uit vele andere landen mee. Vooral de Engelsen zijn ruim vertegenwoordigd. Dit weekend staat de L'Eroica in Derbyshire op de agenda voor de retroliefhebbers. In 1997 werd de L'Eroica, de bekendste retrokoers, voor het eerst in Toscane georganiseerd. De rit is sindsdien steeds populairder geworden en er zijn inmiddels edities van L'Eroica in de VS, Japan, Spanje en Engeland.

Erik Boelen van Stalen Ros merkt de populariteit in zijn portemonnee. „Een paar jaar terug kocht je een kant-en-klare Gazelle nog voor 50 euro. Toen kocht ik nog weleens vijf fietsen in een week. Ik ben namelijk een liefhebber van het opknappen en het jagen op bijzondere fietsen. Nu kost die Gazelle 250 euro.”

Een retrofiets moet je zelf opknappen

Het draait bij de liefde voor de stalen fiets ook om het opknappen, zegt Boelen. Daar is hij een paar honderd euro mee kwijt per fiets. „Je moet wel een beetje handig zijn, anders ben je overgeleverd aan de fietsenmaker die ook niet op je zit te wachten met zo'n oude fiets.” Vandaar zo'n beurs als Stalen Ros waar alle onderdelen te vinden zijn. Italiaanse onderdelen, want voor Shimano, de huidige Japanse marktleider in remmen, versnellingen en trappers, halen de retroliefhebbers hun neus op. Shitmano, noemen sommige retrorenners het zelfs. Zij gaan voor de oude Italiaanse fabrikant Campagnolo. „We willen het beste spul van vroeger en dat is Campagnolo”, zegt Boelen. „Daar reden de profs toen mee.”

Diederik Martens zegt met RIH liever buiten de sfeer van de wollen wielershirtjes te willen blijven. Op de nieuwe RIH’s (instapprijs 4.000 euro) zitten de modernste onderdelen (overigens wel van Campagnolo). Hij mikt op de kopers die voor het hogere segment van de fietsen gaan. Het verschil tussen een confectiepak en een maatpak. „En het is goedkoper om een stalen fiets op maat te maken dan eentje van carbon. Dit is meer dan een opleving of een hype, hier zit groei in.”

De populariteit van de stalen fietsen is volgens Erik Boelen voortgevloeid uit de rage van de fixies in de grote steden. Jongeren kochten oude racefietsen, haalden alle onderdelen eraf en hadden dan een lichte fiets, zonder remmen en zonder versnellingen (fixed gear).

„Die rage is nu een beetje overgewaaid”, aldus Erik Boelen. Er is een groepje overgebleven dat is overgestapt naar de oude stalen racefietsen. Boelen denkt niet dat het tijdelijk is. „Je ziet veel terugkomen: platenspelers, het ambachtelijke. We vragen ons ieder jaar af of dit nog langer zo populair blijft, maar het wordt alleen maar drukker.”