Splinters in de Kamer zijn lastig maar hebben rechten

Tenzij zich nog weer nieuwe schisma’s voordoen, kunnen niet minder dan zestien fractievoorzitters het woord voeren bij de Algemene Beschouwingen die na Prinsjesdag in de Tweede Kamer worden gehouden. Dit zijn maar liefst vijf fractievoorzitters meer dan toen de nieuwe Tweede Kamer in 2012 werd geïnstalleerd. Afsplitsen is in de Nederlandse politiek een bekend fenomeen.

De vraag is of dat echt een probleem is. Hierbij dienen twee zaken te worden onderscheiden: de versplintering van het electoraat en de afscheidingen. Met beide verschijnselen heeft het parlement momenteel te maken. De versplintering blijkt uit de samenstelling van de vorige week beëdigde Eerste Kamer. De 75 leden tellende senaat kent twaalf fracties.

Nog opmerkelijker is de omvang van de verschillende groeperingen. De VVD kan zich met niet meer dan dertien zetels (nog geen 17 procent van de stemmen) de grootste fractie noemen. Het is het directe gevolg van de huidige breed gespreide kiezersvoorkeur en het systeem van evenredige vertegenwoordiging waarbij elke stem even zwaar telt.

Iets anders is de verdere versplintering die, als gevolg van afscheidingen, in het parlement optreedt zonder tussenkomst van de kiezer. Volgens het presidium van de Tweede Kamer zit hier het probleem, getuige de hierover in april geschreven notitie. Aanstaande maandag wordt deze in de Kamer besproken.

Aan het afsplitsen als zodanig zal niet worden getornd, blijkt uit het stuk. Dat kan ook niet anders als de grondwet wordt gerespecteerd. Daarin staat dat ieder Kamerlid individueel is gekozen en dus over een eigen mandaat beschikt. Dat dit in de praktijk fictie is en het overgrote deel van de Kamerleden verkozen wordt op partijnaam of het imago van de lijsttrekker doet hier niet aan af.

Wel stelt het ‘dagelijks bestuur’ van de Tweede Kamer een discussie voor over de rechten die de afgesplitsten voor zichzelf (in de meeste gevallen gaat het om eenmansacties) kunnen opeisen. Door hen niet meer als fractie te beschouwen kunnen beperkingen worden opgelegd op het terrein van spreektijden, deelname aan commissies, financiële vergoedingen, huisvesting etcetera.

Hoe begrijpelijk de ergernis over de fractieverlaters ook is, het presidium begeeft zich met het beperken van hun rechten op een glibberig pad. Afsplitsingen lijken vaak eerder particulier dan politiek gedreven en zijn daardoor discutabel. Maar juist omdat ieder Kamerlid volgens de grondwet individueel is gekozen, is het niet aan anderen om daarover te oordelen. Dan toch maar beter het probleem voor lief nemen.