‘Ramses nazingen is onzin’

Hun namen hoor je vaak in één adem. Toch zijn er veel liedjes van Ramses Shaffy die Liesbeth List nooit zong. Op een nieuw album brengt ze daar verandering in.

Liesbeth List heeft een album gemaakt waarop ze minder bekende liedjes van Ramses Shaffy zingt.
Liesbeth List heeft een album gemaakt waarop ze minder bekende liedjes van Ramses Shaffy zingt. Foto Koos Breukel

Liesbeth List had nog nooit een plaat gemaakt met liedjes van Ramses Shaffy. Het was er gewoonweg niet van gekomen. Tot ze anderhalf jaar geleden diens Ik denk over je na Amsterdam opnam, voor een cd waarop ’s mans repertoire door een groot aantal uiteenlopende artiesten werd gezongen. In de auto naar huis, nadat haar bijdrage was opgenomen, raakte ze erover in gesprek met Shaffy’s oud-manager Menno Timmerman. Was er werkelijk nog nooit zo’n plaat gemaakt? Dan moest dat nu maar eens gebeuren, besloot hij.

Het pas verschenen resultaat is de stemmige cd Echo waarop de zangeres die zo vaak samen met Ramses optrad voor het eerst nummers zingt als 5 Uur, Ik drink en ’t Is stil in Amsterdam, sereen gearrangeerd door bassist Lené te Voortwis en toetsenist Ton Snijders. „Nee, niet de allergrootste hits”, zegt Liesbeth List. „Die kan heel Nederland meezingen, daar hebben ze mij niet voor nodig. En bovendien zijn dat geen nummers die ik tot de mijne kan maken. Wat moet ik met Sammy of met Laat me? Ik heb thuis natuurlijk al zijn platen en ik heb er ook zijn tekstbundels op nagelezen, op zoek naar teksten die ik naar me toe kon trekken. Iedereen luisterde altijd in de allereerste plaats naar de stem van Ramses. Maar als je die stem probeert weg te denken – hoe moeilijk dat ook is – dan blijven er prachtige teksten over. Daar kon ik wat mee. Het moesten nummers zijn die ook van mij hadden kunnen zijn, nummers waarbij ik dacht: hé, het gevoel dat daarin wordt beschreven, heb ik óók. Want als ik iets ga zingen dat niets met mij te maken heeft, kun jij als luisteraar niet in mij geloven.

„Ramses nazingen is onzin. Ik heb wel eens iemand zien optreden die Brel nadeed. Prachtig, helemaal in dezelfde toonsoort, perfect nagedaan. Dat is één keer leuk, maar als je op die manier zes, zeven, acht liedjes lang Brel moet aanhoren terwijl je hem niet ziet, is dat heel vervelend.

„Ramses en ik waren voor elkaar bestemd, ik kan het niet anders zeggen. Het gebeurde heus wel eens dat we elkaar een jaar niet zagen. We waren geen duo, we hadden alle twee onze eigen carrière. Maar we hadden een heel bijzondere band. Ik uit Indië, hij uit Egypte – en we vonden elkaar in Amsterdam. Wat we met elkaar te maken hadden, is me pas duidelijk geworden toen we eens in Indonesië optraden voor Nederlanders die daar woonden. We hadden een weekend vrij en gingen naar Bandoeng, waar we konden logeren in het huis van een van die Nederlanders. We dronken daar een glaasje, keken uit over de dessa waar overal de lichtjes gingen branden, en begonnen voor het eerst echt met elkaar te praten. Toen bleek dat hij geadopteerd was – en ik ook. Hij was gedumpt in Parijs en ik op Vlieland. Dat was een openbaring. We hoefden ons niets meer af te vragen, eindelijk begrepen we het.”