Prins achter de schermen

Hij werd bekend als vredesstichter die de kastanjes uit het vuur haalde voor zijn familieleden die wél een troon bestegen. De tragische prins was lijdzaam en afwachtend.

Prins Frederik, in februari 1881 in Haagse paleis Korte Voorhout
Prins Frederik, in februari 1881 in Haagse paleis Korte Voorhout Foto’s uit besproken boek

Frederik der Nederlanden was de Oranjeprins van de gemiste kansen. Tussen 1813 en 1815 werd deze zoon van koning Willem I, broer van Willem II en oom van Willem III genoemd als troonopvolger in de Nederlanden, hertog van Nassau, groothertog van Berg en soeverein van Luxemburg. Maar de vooruitzichten verdampten even snel als ze zich aandienden. Broer Willem trouwde niet met de Engelse troonopvolgster en kon op termijn dus zelf de Nederlandse troon bezetten, het Congres van Wenen voegde Nassau en Berg bij Pruisen, en Luxemburg zou door zijn vader worden bestuurd. Exit prins Frederik als kandidaat-regerend vorst.

Voorlopig althans, want rond 1830 zoemde zijn naam opnieuw rond. Driemaal werd hem verzocht koning van Griekenland te worden nadat het land zich uit het Ottomaanse rijk had losgemaakt. Begin 1831, na de opstand in de Zuidelijke Nederlanden, werd hij in het Noorden voorgedragen voor de Belgische troon – een idioot voorstel, temeer daar er in september 1830 onder zijn leiding op de Brusselse opstandelingen was geschoten. Weer later, begin 1849, toen Willem III na de plotselinge dood van zijn vader zijn troon dreigde af te staan aan zijn achtjarige zoon, kwam Frederik in beeld als regent.

Al dit nergens toe leidend geschuif met prins Frederik weerspiegelde de politieke chaos van zijn tijd. Revolutie en oorlog dicteerden tussen 1789 en 1848 de gang van zaken op het continent en het waren de werkelijk machtigen (Napoleon, de grote mogendheden) die bepaalden welke vorst welk territorium mocht besturen; in dat opzicht veranderde er voor de kleine vorstenhuizen na Waterloo in juni 1815 niet zoveel.

Die veldslag was voor Frederik, die in oktober 1813 in Pruisische dienst de veel grotere Volkerenslag bij Leipzig had overleefd, trouwens ook een gemiste kans geweest. Terwijl zijn broer glorieerde en voortaan als held van Waterloo zou worden gevierd, bevond hij zich ettelijke mijlen verderop. Aan zijn grootmoeder schreef hij: ‘Het kost me moeite me te verzoenen met het feit dat ik op 18 juni niet onder vuur ben komen te liggen, al probeer ik altijd te bedenken dat dit het lot is van de oorlog en van de soldaat, en dat het zijn plicht is daar te blijven waar men hem heeft opgesteld.’

Braafste jongetje

Die laatste toevoeging mag programmatisch worden genoemd, zo blijkt uit de biografie die Anton van de Sande, emeritus bijzonder hoogleraar Vrijmetselarij te Leiden, aan de prins heeft gewijd: Prins Frederik der Nederlanden 1797-1881. Frederik, geboren in Berlijn en de meest Pruisische van alle Oranjes, deed immer zijn plicht met als consequentie dat roem en glorie naar anderen gingen. ‘Het braafste jongetje van de klas’ noemt Van de Sande de ‘vergeten prins’, die zo belangrijk is geweest voor het leger, de dynastie en de vrijmetselarij, en die samen met zijn vader beschermheer was van de koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid waar arme mensen tot nuttige burgers zouden worden opgevoed. Frederik verdient herontdekking.

Van de Sande begon zijn boek als een studie naar maçonnerie en monarchie. De vrijmetselarij was net als het leger een instrument in de politiek van natievorming van Willem I. Eenwording van Noord en Zuid vereiste een modern leger en een aan het koninklijk gezag loyale elite. Frederik was medeoprichter van de Koninklijke Militaire Academie en zou vijfenzestig jaar lang grootmeester-nationaal van de Nederlandse vrijmetselarij zijn.

Hij leerde er ‘veele gekken’ kennen én controleren. Tot de Belgische afscheiding betekende dit laatste dat hij de anti-katholieke oprispingen in zijn grootoosten afdempte. Rust en orde luidde zijn devies, maar wat hij nu precies in die vrijmetselarij deed, blijft vaag. De passages lijden onder overmatige aandacht voor bestuurlijke haarkloverij en gedoe over initiaties, ritualen en hoge graden.

Er blijft dan ook meer ‘vermoedelijk’ in deze, voor zo’n ingewikkeld leven, korte biografie. Hoe belangrijk waren Frederiks diplomatieke interventies in de jaren 1860, tijdens de oorlog tussen Pruisen en Denemarken, de Luxemburgse kwestie en de Frans-Duitse oorlog?

Zeker, in Pruisen en Denemarken regeerde (aangetrouwde) familie. En in Berlijn kon enig begrip kweken voor de tegen Pruisen gekante Willem III vruchten afwerpen. Maar tegelijkertijd liepen macht en invloed van de vorstenhuizen in Europa na 1848 gestaag terug.

Vileine Sophie

Binnen de Oranjefamilie geldt Frederik eveneens als vredesstichter. Ook hij heeft de dynastie ‘gered’, zoals ook Wilhelmina van Pruisen, Van Hogendorp, Emma en Den Uyl ooit deden. Frederiks wapenfeiten bestonden uit het geven van ruimte aan zijn broer diens blazoen te reinigen nadat deze wel erg veel begrip voor de Belgische opstand had getoond, en het overreden van Willem III de troon te aanvaarden, gevolgd door een herhaaldelijk bemiddelen in de ruzies tussen zijn neef en diens echtgenote, koningin Sophie. De laatste heet hier ‘elegant en hoogbegaafd’, al was ze niet minder zelfzuchtig en vilein. Was Frederik inderdaad verliefd op haar, zoals zij meende?

Vierentachtig jaar werd Frederik, oud genoeg om de halve eeuw herdenkingen van de beslissende momenten voor het koninkrijk mee te maken, het feestelijk herkauwen van de heldendaden van zijn vader en zijn broer. In 1869 was hij aanwezig bij de onthulling van het Nationaal Monument 1813; de liberalen worstelden nog met de erfenis van Willem I. En een maand voor zijn overlijden in september 1881 woonde hij een defilé bij van veteranen van de Tiendaagse Veldtocht. Frederik onderging het plichtsgetrouw, zoals hij alles had gedaan.