Onbevooroordeeld kunst kijken

Iedere maand komt bij inloophuis Makom een professioneel kunstenaar langs om dak- en thuislozen kennis te laten maken met nieuwe ideeën, technieken en materialen.
Iedere maand komt bij inloophuis Makom een professioneel kunstenaar langs om dak- en thuislozen kennis te laten maken met nieuwe ideeën, technieken en materialen. Foto Rien Zilvold

Omdat kunst maken op een lege maag een slecht idee is, en een goed begin het halve werk, begint iedere bijeenkomst van artBRUUT met taart. Vorige week was er een taart met dolfijnen. Een keer stond er ‘Gefeliciteerd, broer en zus in één keer geslaagd’ op de taart en een andere keer ‘For my sexy birthday girl’. De taarten worden gedoneerd door de winkel De Taart van m’n Tante, meestal zijn het ‘weestaarten’ die niet werden opgehaald door hun rechtmatige eigenaar. Vandaag niet. Vandaag zijn er twee taarten met het logo van artBRUUT in marsepein.

Laura van de Ven en Niki Veeger begroeten de mensen die binnenkomen. Een man in een versleten vest stelt zich voor als Picasso. „I have many names”, zegt hij glimlachend.

Hier, in het atelier van Makom, gebruikt hij zijn artiestennaam.

Makom is een inloophuis van de Regenboog Groep, dak- en thuislozen komen hier eten, douchen of hun kleding ruilen. Laura werkte er als vrijwilliger in de kunstsuite, waar bezoekers kunnen tekenen en schilderen. Samen met Niki richtte ze twee jaar geleden Stichting 39 op en startten ze artBRUUT: een vrijwilligersproject dat het werk van talentvolle kunstenaars als ‘Picasso’ in de Amsterdamse kunstscene onder de aandacht wil brengen.

Om de ‘Makommers’ kennis te laten maken met nieuwe ideeën, technieken en materialen, komt er iedere maand een professionele kunstenaar langs. Vandaag zijn Bonno van Doorn en Arthur Stokvis te gast voor een workshop over abstracte kunst. De tafel ligt bezaaid met kwasten, spuitbussen, flessen acrylverf en stukken karton. Bonno stelt voor om snel aan de slag te gaan. „Verf moet vloeien.”

Rolf (42) heeft verf nodig. Rode verf. „Rood, rood, rood, rood!” En een kwast. „Kwast, kwast, kwast!” Vastbesloten zet hij vegen op het canvas. Af en toe tuurt hij voor inspiratie door het gebarsten glas van zijn telefoon, naar een werk van de Amsterdamse kunstenaar Selwyn Senatori. Die lijkt op Herman Brood, zegt Rolf. Maar is leuker. „Minder depressief. Meer bloot en meer vrouwen.”

Rolf is nog maar net begonnen met schilderen. Een jaartje pas. Zelf vindt-ie het best wel goed gaan. Andere mensen zeggen ook dat ze zijn werk goed vinden. „Maar ja, je weet natuurlijk nooit of ze de waarheid zeggen.”

Aan de grote tafel werkt Kim Singer (47) aan twee werken tegelijk. Er komt veel fluorescerende verf aan te pas. Kim houdt haar zonnebril op, gewoon omdat ze dat fijn vindt. Ze heeft een tas bij zich waar allerlei objecten uit tevoorschijn komen. Een groene overall bijvoorbeeld. Een houten pop zonder hoofd. En een grote rol kippengaas.

Het kippengaas wil ze als sjabloon gebruiken voor haar schilderij dat – zoals bijna al haar schilderijen – gewijd is aan haar lievelingsdier: de kat. Het experiment mislukt. Bonno ziet het en stelt voor het gekleurde gaas op een architectuurfoto van Alexander Rodchenko te plakken. „Kijk eens wat een gaaf effect.” „Hee super zeg, dankjewel”, zegt Kim. Maar wat moet ze nu antwoorden als iemand haar vraagt hoe ze op het idee is gekomen? „Ideeën zijn niet van iemand”, zegt Bonno. „Die komen uit de lucht vallen. Je moet er alleen voor open staan.”

Na ruim een uur wordt een pauze ingelast. Even frisse lucht. Het restant van de taart maakt plaats voor fruit en zoutjes. Rolf zit op een stoel en kijkt van een afstand peinzend naar zijn schilderij. Uit zijn oordopjes klinkt harde techno. Hij wil even met rust worden gelaten. Iemand als Rolf moet je niet uit zijn concentratie halen.

Het project is niet alleen bedoeld om het werk van de Makom-kunstenaars zichtbaar te maken, zegt Niki, maar ook om het van het ‘sociale stempel’ te ontdoen. „We willen het kunstpubliek er ook met andere, onbevooroordeelde ogen naar laten kijken.” Het afgelopen jaar waren er elf workshops en vier exposities. Op de grote eindexpositie in de Tolhuistuin in januari werd bijna al het tentoongestelde werk verkocht. Prijzen liggen tussen de 50 en 500 euro, de opbrengst komt volledig ten goede van het project. Een zelfportret van Jacques – Niki wijst naar een man met een lange paardenstaart – werd aangekocht door het Amsterdam Museum.

Jacques Vedel du Boisbaudry (35) noemt het „een cadeautje”. Hij vindt het fijn dat veel mensen zijn schilderij nu kunnen zien. Zes jaar geleden kwam hij naar Nederland en sindsdien slaapt hij in parken. „De wereld is mijn huis”, zegt Jacques. Vandaag heeft hij drie werken gemaakt, allemaal over de natuur – zijn grootste bron van inspiratie.

Om half vijf is er pizza. Terwijl de verfsporen van de tafel worden geboend, hangen Bonno en Arthur de werken op aan de kastenwand. Picasso kan zijn schilderij maar moeilijk loslaten. Het afgelopen uur heeft hij het doek wel tien keer omgedraaid en er telkens weer nieuwe klodders verf opgesmeerd. „Picasso big problem”, zucht hij. „Not enough canvas.” Kim is best tevreden. Met name ‘Pussy magnet’, het schilderij met het gaas, vindt ze echt goed gelukt. Het liefst zou ze ’m meenemen, maar dat mag alleen als het niet verkocht wordt. De afspraak is dat de kunstenaars hun werk afstaan, de volledige opbrengst wordt gebruikt om het project te laten voortduren. Voor Jacques is dat geen enkel probleem. „Mijn schilderijen ophangen in het park, dat zou een beetje lastig worden.”