Natuur, met en zonder geweer

Valt er over de jacht met elkaar te praten? Er zijn weinig thema’s waarin de kloof tussen voor- en tegenstanders zo onoverbrugbaar lijkt als die tussen de dierenliefhebbers. Want dat zijn de jagers ook, zij het met middelen waar de dierenbeschermers dan weer van gruwen. Dat is wat de discussie kenmerkt – een diep wantrouwen jegens elkaars motieven. Voor de een komt in het woord ‘plezierjagers’ alles samen wat er mis is, namelijk ‘doden voor de lol’. Terwijl de ander ernstig spreekt van ‘benuttingsjacht’ en verantwoord beheren: ongedierte bestrijden, wild oogsten en gewas beschermen. Met een geweer, dat dan wel. En mits je over een jachtakte beschikt en geslaagd bent voor kogelschieten, hagelschieten en ‘jachtpraktijk’, de onderdelen van het jachtdiploma. Jagers voelen zich oprechte natuurbeschermers en dienstverleners. Dierenbeschermers bekommeren zich diepgaand om dierenwelzijn en natuurbeleving. Beide zijn waardevol. Intussen nuttigt de ongeïnformeerde burger onbezwaard het wild van de menukaart, dat dus echt wild was.

Deze week sloten PvdA en VVD een compromis over de jacht in de nieuwe Wet natuurbescherming, en dat vormt mogelijk een doorbraak. Het locale faunabeheer en de rol van de jacht daarin krijgen een impuls en hopelijk een breder draagvlak. Natuur- en dierorganisaties krijgen een zetel in de Faunabeheereenheden, die locaal toezien op een verantwoorde jacht. Dat betekent dat dierenbeschermers en jagers het voortaan eens moeten zijn over de vraag of en wanneer er plaatselijk gejaagd mag worden. Zijn er voldoende alternatieven geprobeerd, is gewasschade echt niet anders te keren. Is jacht inderdaad selectief en effectief, of kan het ook anders. Dat zijn de maatstaven.

Men moet elkaar dus serieus gaan nemen. Daartoe moet men de ideologische stellingen durven verlaten en elkaars opvattingen leren respecteren. Dat wordt nog een heel karwei. Er zijn harde acties geweest, verwensingen geuit en elkaars goede trouw is in twijfel getrokken. In ruil voor het delen van de zeggenschap tussen jagers en beschermers zetten VVD en PvdA bij het papieren toezicht een stap terug. Jagers mogen voortaan achteraf verantwoorden hoeveel dieren werden geschoten. En hoeven niet meer, zoals staatssecretaris Dijksma (natuur, PvdA) aanvankelijk voorstelde, van tevoren een afschotplan in te dienen voor de vijf diersoorten van de wildlijst, die nog vrij bejaagbaar zijn. Ooit waren dat 29 diersoorten. Een totaalverbod op de jacht, zoals de Partij voor de Dieren eist en waar de PvdA ook naar toe wilde, komt er dan niet van. Dat is niet erg. Jagen is nuttig – en dieren beschermen ook. De coalitie sluit een verstandig compromis, dat vooruitgang belooft.