Open boek: Michel van Egmond

Michel van Egmond (47) kreeg deze week voor Kieft de Nico Scheepmaker Beker, voor het beste sportboek.

Illustratie Emmelien Stavast
Illustratie Emmelien Stavast

Welk boek bent u nu aan het lezen?

„Ik ben net aanbeland bij het Afrikadeel van De onderwaterzwemmer van P.F. Thomése. Schijnt hilarisch te zijn. Thomése is iemand die ik bewonder. Hij heeft zo’n breed register. Ik ben al blij dat ik op 47-jarige leeftijd, en na een kleine dertig jaar schrijven, één eigen stijl heb ontwikkeld. Thomése heeft er gewoon vijf.”

Welke schrijver benijdt u?

„Marcel van Roosmalen en Martin Bril. Zij zijn origineel, trouw aan zichzelf. En hebben een bedrieglijke schrijfstijl. Als je hun stukjes leest denk je: dat kan ik ook. Maar toen er een Martin Bril-wedstrijd werd uitgeschreven waarvoor mensen een column in de stijl van Bril mochten schrijven, lukte het niemand. Bril, Van Roosmalen: zij weten van niets, iets te maken. Misschien wel het moeilijkste dat er is.”

Wie is uw favoriete literaire karakter?

„Raoul Duke, alter ego van de Amerikaanse journalist Hunter S. Thompson, een losgeslagen journalist die op avontuurlijke wijze aan zijn verhalen komt. Hij bedrijft een vorm van participating journalism die eigenlijk haaks staat op mijn manier van werken. Ik blijf juist overal buiten. Dat is bij mijn Voetbal International- boek Topshow soms wat onnatuurlijk. Ik ben bij conflicten in het boek, tussen René van der Gijp en Johan Derksen bijvoorbeeld, steeds een beetje de spons geweest tussen de egootjes. De buffer tussen explosieve karakters. Toch heb ik mijzelf uit het verhaal gelaten. Laat mij maar gewoon observeren.”

Zit er systeem in uw boekenkasten?

„Sport staat links en de rest staat rechts. En de boeken waar ik me voor schaam staan helemaal onderin.”

Over welk onderwerp wilt u in de toekomst nog een boek schrijven?

„Thomas Dekker heeft in Jinek gezegd mij als zijn ideale biograaf te zien. Zijn levensverhaal zou best een interessant boek kunnen opleveren. Hij is, net als Wim Kieft, iemand die de belofte niet helemaal heeft kunnen inlossen. Ik weet overigens vrij weinig over de wielerwereld. En dat kan in mijn voordeel werken. Topshow was moeilijk om te schrijven. Wat anderen zien als krankzinnig gedrag, ben ik normaal gaan vinden. Als ik me in een andere wereld ga begeven, is de verbazing plots weer fris.”