Kwikzilverig speelse parendans

De Britse choreografen Wayne McGregor, David Dawson en Christopher Wheeldon, de choreografen van Cool Britannia van Het Nationale Ballet, zijn alle drie in de eerste helft van de jaren zeventig geboren. Zij waren dus getuige van grote veranderingen in de academische dans, met het deconstructivisme van William Forsythe als belangrijkst en invloedrijkst fenomeen.

Wheeldon onttrekt zich het meest aan Forsythes slagschaduw en gaat verder terug in de balletbloedlijn. In het nieuwe Concerto Concordia, op muziek van Poulenc, voert hij naar voorbeeld van George Balanchine een ensemble van zes paren die met het lijnenspel van hun groeperingen en poses een steeds, ook in stemming en sfeer, wisselende achtergrond vormen voor de twee solistenparen. Remi Wörtmeyer maakt indruk met kwikzilverige sprongcombinaties. Het speelse en lyrische duet van Anna Tsygankova en Jozef Varga is meeslepend mooi door het expressieve gebruik van hoofd en schouders, Tsygankova’s weergaloze zuiverheid en het dansgenot dat van het toneel stroomt.

Chroma (2006) van McGregor is radicaler hedendaags van stijl. In een ‘witte doos’ verschijnen en verdwijnen tien dansers door een groot venster. Zij demonstreren de verworvenheden van het deconstructivisme, met een choreografische zinsbouw en lichaamscontour waarvan de klassieke lijn flink is verknipt. Ledematen worden uiterst gestrekt of juist grillig geknakt, lichamen storten ineen. De romp golft naar extreme poses, dansers worden rondgeslingerd of in onwaarschijnlijke houdingen gevouwen. De dansers zorgen dat Chroma, dat geen spanningsboog heeft – wel een opmerkelijk clichématige ensemblefinale – bijna de volle 25 minuten boeit.

Bij David Dawsons Empire Noir wreekt zich opnieuw zijn neiging tot ongeremd zwelgen in de fysieke schoonheid en beheersing van het klassiek geschoolde lichaam. Nog leniger buigen de dansers zich, nog hoger zwiepen de benen, nog feller priemen de spitzen, nog eleganter strekken de armen. Ze doen dat dit keer op tergend neoromantische kitschmuziek (Greg Haines). Hyperdynamisch, überelastisch, megabombastisch – maar uiteindelijk superplat.