Opinie

Ironisch koukleumen met Yentl & De Boer

Yentl en De Boer zingen in ‘Opium op Oerol’.
Yentl en De Boer zingen in ‘Opium op Oerol’.

Rituelen op vaste tijden van het jaar horen bij de regelmaat van de lineaire televisie. In december kijken we naar het Groot Dicteegust der Nederlandse Taal en dertig jaaroverzichten, in mei naar het Eurovisie Songfestival, in augustus naar Zomergasten en in juni koukleumen we met Cornald Maas op Terschelling.

Opium op Oerol (AVRO-TROS), vijf dagelijkse rechtstreekse programma's over het eigenzinnige cultuurfestival in de open lucht, zorgen ervoor dat Oerol net iets meer televisieaandacht krijgt dan zijn grote broer, het Holland Festival: dat moet het stellen met vier door Daphne Bunskoek gepresenteerde wekelijkse magazines op de zaterdagavond (NTR/VPRO).

Net als bij de reguliere uitzendingen van OpiumTV krijgt Maas de formule steeds beter in de vingers. Vanuit de duinpan bij hostel Stay OK bespreekt hij twee voorstellingen wat uitgebreider, is er een muzikaal optreden en ontvangt hij een BN'er die speciaal daarvoor de boot naar het Waddeneiland heeft genomen.

Meer nog dan in Maas’ samenwerking met Jan Smit in de commentaarcel van het songfestival, krijgt hier de fusie van AVRO en TROS zinvol gestalte. Twee traditioneel met de TROS verbonden coryfeeën maakten immers hun opwachting, en beiden pasten wonderwel in het Oerol-universum, dat wel wordt getypeerd als vrouwen boven de vijftig die hun haar kort hebben laten knippen en een bril met gekleurd montuur dragen.

Antoinette Hertsenberg (Radar) voelde zich er goed bij thuis en André van Duin is genoeg theaterbeest om de kwaliteiten van voorstellingen in bos of op straat met plezier te kunnen bespreken.

Maar de echte noviteit en grote verrassing vormt het dagelijkse lied van het cabaretduo Yentl en De Boer. Wonnen ze eerder dit jaar al de Annie M. G. Schmidtprijs voor hun hilarische ballade Ik Heb Een Man Gekend, nu oogsten ze niets dan bewondering voor hun tweestemmig gezongen bespiegelingen over wat ze die dag op het eiland hebben meegemaakt. Het is altijd raak, muzikaal origineel en met een absurde draai naar het einde toe. Het kan gaan over de subcultuur van de Oerolgangers, maar ook over het gedrag van fietsers, zilte Waddencrackers of vermeende promiscuïteit in de duinen.

Gisteren zongen ze een aantal Lokroepjes, ingezonden mededelingen in de dagkrant van het festival, over weggewaaide rode fleecetruien en morele vermaningen. Ze citeerden ook een oproep aan Yentl en De Boer, of ze geen melding van die tekst wilden maken in hun lied. Ze aarzelden even en pruilden vastbesloten: „Nee!”, nadat ze precies het omgekeerde hadden gedaan.

Ik kijk er elke dag naar uit en voorspel Yentl Schieman (Kruiningen, 1986) en Christine de Boer (Baarn, 1983) – ja, ik ben een man die van feiten houdt – een gouden toekomst, ook op televisie en als actrice. Ze zijn de grootste innovatie onder de damesduo's sinds Plien van Bennekom en Bianca Krijgsman voor het eerst hun opwachting maakten in Zaai.