Het vrijdagprogramma

Inge Steenhuis reisde door Afrika als tekenlerares.

Op geen van alle Ghanese scholen waar ik gewerkt heb, werd gymnastiek gegeven. Er was voor de variatie wel een vrijdagprogramma. Dat hield in: ’s middags marcheren. De oudste jongens trommelden en alle leerlingen stonden in rijen klaar om te marcheren op dat vreselijk lange lied Independent States of Africa. De docenten wezen met een stok cirkels en achten aan die de leerlingen moesten volgen. Iedereen was er gek op, ze lieten zich geen minuut afnemen. Het deed me denken aan mijn ponylessen in de manege vroeger, die grote voltes rijden. Ik vond er weinig aan en ging meestal vast bij de vlaggenmast staan, klaar voor het volkslied en het strijken van de vlag. Vrijdagochtend was er bijbelkwis, dat vond ik leuker. De strijd liep vaak hoog op. Het struikelpunt was altijd de uitspraak van het Engels. Als de vraag was „Wat is het laatste bijbelboek van het oude testament?” en ik riep „Maleachi” werd dat fout gerekend. Ik moest het opschrijven voor ze het herkenden. Ik zei dan dat mijn uitspraak van het Engels beter was. Zij zeiden dan: „Maar u bent bij ons op visite.” Dat vond ik een argument en dan capituleerde ik en sprak Zacharia uit als Zek.