Hectisch zoeken naar wetenschap en samenleving

In een vliegtuighangar kunnen burgers meepraten over wetenschapsbeleid. ‘Wat raakt u nu het meest?’

Sessie nummer 8 start. Ronde één, er volgen er nog drie. Ruim twintig mensen in groepjes van vier aan een tafel. Ze kennen elkaar niet, maar zijn in gesprek. Over: wat raakt u als het gaat om sociale gelijkheid, diversiteit, immigratie? „Ik raak gefrustreerd omdat de kloof tussen autochtonen en immigranten maar niet wordt overbrugd”, zegt een jonge vrouw. Een ander: „Het ontbreekt ons vaak aan de juiste taal om met die ander in gesprek te gaan.”

In de Fokker Terminal in Den Haag verdeelden zich zo gisteren ruim 300 mensen over elf thema’s. Gezondheid en zorg bijvoorbeeld, kunst en zingeving, voedsel en water. Het is allemaal onderdeel van een nieuw, hectisch proces. Minister Jet Bussemaker (PvdA) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zette het vorig jaar november in gang, toen ze aankondigde dat er een Nationale Wetenschapsagenda komt. Dat is een lijst met circa tien thema’s waarop de wetenschap in Nederland zich meer gaat richten. En de burger krijgt inspraak. Over vijf maanden moet de lijst er liggen.

Inmiddels hebben burgers, wetenschappers en bedrijfsleven meer dan 11.000 vragen ingediend bij de Nationale Wetenschapsagenda. Ze vormen het startpunt voor de uiteindelijke agenda. Van die stortvloed werd deze week een deel behandeld, op drie conferenties. De bijeenkomst van gisteren was bedoeld om belangrijke maatschappelijke thema’s boven water te krijgen.

In de centrale hal van de hangar loopt Rinie van Est, van het Rathenau Instituut, dat de bijeenkomst mede heeft georganiseerd. Van Est is expert in publieksdebatten over wetenschap. Hij heeft het kloondebat meegemaakt, zegt hij, het nanodebat, de burgerconferentie over hersenwetenschappen. „Maar wat we hier doen is compleet nieuw voor Nederland. Wat zeg ik, voor de wereld!”

Burgers invloed geven op de wetenschappelijke agenda. Dat is bijzonder. Maar hoe geef je dat vorm? Hoe laat je burgers een vruchtbaar gesprek voeren met wetenschappers? Van Est: „Je geeft het vorm aan de hand van de vraag ‘wat raakt u’. Dan nemen ze niet meteen een stelling in. Ze worden opener, persoonlijker.” Afgekeken van het Wereldcafé, zegt Van Est. In het lokaal bij sessie 8 hangt een poster met kernbegrippen: ‘focus op de kern’, ‘luisteren en begrijpen’, ‘teken’, ‘speel’, ‘kleur’.

Maar in sessie 8 blijkt die samenleving zo goed niet vertegenwoordigd. De meesten stellen zich voor als wetenschapper. Twee mannen zeggen er nadrukkelijk „als burger” te zitten. Eén vrouw komt namens een ngo die strijdt voor een rechtvaardige, vreedzame en duurzame wereld.

Tijdens de pauze zegt een vrouw dat er juist veel wetenschappers zijn, omdat die voelen dat er voor de wetenschap veel op het spel staat. Bij navraag laat de organisatie weten dat circa 40 procent van alle deelnemers wetenschapper is. Meer dan de helft komt van een maatschappelijke organisatie. Vijf procent is van het bedrijfsleven.

In de wandelgangen zijn de meningen verdeeld over de Nationale Wetenschapsagenda en dit hele proces. Ja, het is nieuw en spannend. Maar het gaat ook allemaal in een noodvaart. Het is chaotisch. Er worden veel te hoge verwachtingen geschept van de wetenschap. Loopt dit niet uit op één grote teleurstelling? En zijn het straks niet gewoon de blanke, oudere, mannelijke bestuurders van de gevestigde partijen die de thema’s op de agenda zetten? En als de agenda er is, sijpelt hij dan wel door in beleid? Komt er extra geld? Zonder geld wordt het sowieso niks.

Bij sessie 8 is ronde één na twintig minuten klaar. Snel door. Nieuwe groepjes vormen. Op de flip-over verschijnt een nieuwe vraag. ‘Wat raakt u in de vraag: hoe kan zelfredzaamheid en participatie in de samenleving gestimuleerd worden?’

Het gesprek gaat verder.