Hallo stad, zoek naar wat jou bijzonder maakt

Steden zijn de motor van alle groei. Benut hun kracht beter, adviseert de Sociaal-Economische Raad vandaag.

Talent en ondernemerschap. Dat moeten de steden bevorderen om te komen tot „welvaartsgroei voor en door iedereen”, stelt de Sociaal-Economische Raad (SER) in een vandaag verschenen advies aan het kabinet over de toekomst van de steden. „Steden zijn heel belangrijk”, zegt voorzitter Mariëtte Hamer, voormalig Kamerlid, in haar werkkamer aan de Haagse Bezuidenhoutseweg. „Steden zijn de motor van de economische vernieuwing. Maar ergens lopen ze tegen hun grenzen aan. Ook succesvolle steden als Amsterdam hebben te maken met werkloosheid. Met laagopgeleiden, migranten, jongeren die niet aan de slag komen. Steden hebben veel belang bij scholing en innovatie. Dat zie je bij alle succesvolle steden, ook in het buitenland. Naarmate de kennisinfrastructuur beter is, is de ontwikkeling sterker. Kennisinstituten zijn de motor van het succes.”

U vindt dat steden niet allemaal hetzelfde moeten willen.

„Wij zeggen: stad, zoek naar wat jou bijzonder maakt. Dat is in Eindhoven heel anders dan in Amsterdam. Onze hoofdboodschap is: zoek waar je het beste in bent en bouw dat uit. En werk samen. Binnen de stad. In de agglomeratie. En tussen de steden onderling. Juist dan hoef je niet allemaal hetzelfde te doen.”

Welke stad moet wat doen?

„Dat schrijven wij niet voor. Maar iedereen ziet waar de verschillende steden sterk in zijn. Technologische ontwikkeling zie je vooral in Eindhoven. Amsterdam zie je sterk worden met het aantal start-upbedrijven. We zijn in Rotterdam-Zuid geweest, een heel moeilijke wijk. Daar zou een kleinschalige markt van persoonlijke dienstverlening, gericht op mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, heel veel kunnen betekenen.”

Moet het rijk bepalen waar de steden zich op moeten richten?

„Nee. Er zijn wel mensen die zeggen: kies één stad, bouw die uit, en laat de rest achter. Er zijn wetenschappers die zeggen: maak Amsterdam twee keer zo groot en Nederland is klaar. Daar geloven wij niet in. Wij wij ook niet willen, is een soort blauwdruk schrijven voor wat nou precies die economische bedrijvigheid in steden opzweept. Wij zeggen: kijk naar de kracht van elke agglomeratie.”

Hoe maak je steden sterker?

„Dat verschilt per stad. Groningen is bezig met duurzaamheid. Eindhoven zegt grote behoefte te hebben aan culturele voorzieningen. Niet om per se die voorzieningen te hebben, maar om het hier aantrekkelijk te maken om te wonen.”

Overschat u de verschillen niet?

„Wij zien verschillen. In wat de steden doen. In de problematiek. In de studentenstad Groningen zie je dat hogeropgeleiden de lageropgeleiden wegdrukken op de arbeidsmarkt. Waarom zitten er nou zo ongelooflijk veel mensen in de sociale werkplaats van Groningen? Nou, dat komt doordat de studenten de lageropgeleiden nog verder naar beneden drukken. Dat is een heel andere dynamiek dan in Amsterdam, waar je óók veel lageropgeleiden ziet. Maar die wonen geconcentreerd in wijken. Net als in Rotterdam. Daar is veel stille armoede. Dat vergt een andere aanpak.”

Leidt al die aandacht voor de stad niet tot verarming van het platteland?

„Nee. Daarom bepleiten we de aanpak per arbeidsmarktregio. In die regio’s liggen meestal een of meer grote steden die de rest van de regio kunnen meetrekken. Steden nemen de omgeving mee.”