Geen Marty en Rust, toch weer kijken

Maandag gaat het tweede seizoen van detectiveserie True Detective in première. Drie redenen waarom de serie opnieuw de moeite waard is.

Wat waren ze geweldig, het detectiveduo Marty (Woody Harrelson) en Rust (Matthew McConaughey). In het eerste seizoen van de bekroonde tv-serie True Detective gingen ze in Louisiana op zoek naar een mysterieuze moordenaar die zijn slachtoffers maakte via occulte methodes. Dankzij hun bizarre, filosofische gesprekken veranderden Rust en Marty al snel in culthelden.

Vanaf maandag is de eerste aflevering van het nieuwe seizoen bij HBO te zien. Alleen niet meer met Harrelson en McCounaughey. In de anthologieserie wordt nu een andere zaak belicht en spelen andere acteurs de hoofdrol. Jammer, waarom zou je daar naar willen kijken? Veel liefhebbers waren vooraf dan ook somber gestemd.

In afwachting van het tweede seizoen werd eind vorig jaar via de (sociale) media al eindeloos gespeculeerd welke Hollywoodsterren dit keer verkozen zouden worden voor het nieuwe seizoen. Fans plaatsen op Twitter via #TrueDetectiveSeasonTwo allerlei mogelijke duo’s op het net, iets wat al snel veranderde in een tweetmeme met foto’s van Kermit en Fozzie Bear of Michael Jackson en E.T. Toen in september naar buiten kwam dat de nieuwe cast in ieder geval zou bestaan uit Colin Farrell (Horrible Bosses, Miami Vice) en Vince Vaughn (Delivery Man, Wedding Crashers) werd er nogal terughoudend gereageerd. Hoe konden deze twee acteurs, die beiden worstelden met hun carrière, het opnemen tegen een voormalige Oscarwinnaar en een beroemdheid als Harrelson?

Golden Globe-winnaar Farrell had zich in de zwarte comedy In Bruges (2008) al bewezen en Vaughn was al bekend door lichte komedies als The Break-Up (2008) en The Internship (2013). Maar konden ze op tegen deze zwaargewichten?

Bovendien was er nog een ander probleem: de regisseur. Cary Joji Fukunaga, die voor True Detective een Emmy ontving, wist met gebruik van camerafilters, het kale, mangrovelandschap van Louisiana om te toveren tot een beklemmend, surreëel, neerslachtig gebied. Met luchtopnames werd deze troosteloosheid zelfs vergroot. Nu werd de regie deels overgenomen door ‘Fast and Furious’-regisseur Justin Lin. Wat te verwachten van deze meester van de snelle actiefilm?

We keken alvast de eerste afleveringen. Er zijn voldoende redenen om dit tweede seizoen te gaan zien.

1 De hoofdrolspelers boeien

Inderdaad, het uitzonderlijke

acteerspel van Harrelson en

McConaughey zal de kijker moeten missen. Maar dat is niet erg, de opzet van het tweede seizoen is dit keer geheel anders. Er zijn nu vier in plaats van twee hoofdrolspelers. Vaughn speelt de slechterik die, na een moord op een zakenpartner, in contact komt met een alcoholverslaafde detective (Farrell), een motoragent (Taylor Kitsch) en de vrouwelijke detective Ani Bezzerides (Rachel McAdams). Allen strijden met demonen uit het verleden en, naarmate de serie vordert, worden de lagen van hun personages afgepeld. Dat gebeurt op een meer voorspelbare wijze dan bij Rust en Marty, maar met name McAdams en Farrell weten te boeien.

2 Het script is goed

True Detective mag dan

nieuwe acteurs hebben en

een ‘snelle’ regisseur, de belangrijkste persoon, scenarioschrijver Nic Pizzolatto (39), heeft ook dit keer het script geschreven. En dat maakt veel goed. Pizzolatto, een romanschrijver die vanaf zijn vijfde opgroeide in Louisiana (‘een plek vol arme, domme mensen’) wist als geen ander de wantrouwige en gewelddadige sfeer van het platteland op te roepen. De psychische pijn van Marty en Rust, gevangenen in hun eigen omgeving, kon hij op subtiele manier weergeven in de zwartgallige conversaties. Opmerkingen van McConaughey zoals ‘Het menselijk bewustzijn is een tragische fout in de evolutie’ komen in dit seizoen niet terug, maar ook nu weet Pizzolatto personages te creëren die wanhopig op zoek zijn naar betekenis van het leven. Dat gaat zeker op voor McAdams die haar vage hippievader haat en messen in haar sokken verstopt.

3 De visuele taal is sterk

Het tweede seizoen speelt

zich af in Los Angeles en

niet in Louisiana. Het nadeel is dat LA al talloze malen het decor is geweest voor crimeseries en films, van Chinatown (1974) tot tv-series als NCIS Los Angeles (2009). Het gevaar van clichés ligt op de loer. Gelukkig heeft regisseur Lin een eigen draai weten te geven aan de stijl van Fukunaga. Dit keer is de grondkleur van de film donkerbruin. Veel scènes spelen zich af in donkere cafés waar een ode wordt gegeven aan filmmaker David Lynch. En met behulp van luchtopnames wordt weer een beklemmende sfeer gecreëerd van een stad vol elektriciteitscentrales, snelwegen en verloren zielen. Het is de eenzaamheid die pijn doet.