En opeens was er een plein

Van een onbeduidende parkeerplaats naar de bruisendste uitgaansplek in de zomer: de parkeerplaats tussen het Delftsehof en de Schiestraat.

Biergarten, de plek bij de parkeerplaats is een plein geworden, waar mensen wíllen zitten.
Biergarten, de plek bij de parkeerplaats is een plein geworden, waar mensen wíllen zitten.

6 februari 2005, 5 uur: Rotterdam wordt opgeschrikt door een schietpartij op de parkeerplaats bij de achteruitgang van de onder jongeren toen nog populaire discotheek Hollywood. De plek langs het Delftsehof en de Schiestraat fungeert vooral als achterkant, van de gebouwen, van de samenleving. Dronken tieners en junks wat de klok slaat.

12 juni 2015, 17 uur: het is vroeg, maar al redelijk druk op de randen van diezelfde parkeerplaats. Hipsters, zakenlui, ondernemers. De zon schijnt enthousiast, hippe jongens draaien plaatjes. In de Biergarten sjouwen groepen collega’s pullen naar de grote biertafels, bij het naastgelegen ‘BAR’ wordt de hot-tub aangezet en bij het zojuist geopende Annabel staat wat jonger zwart gekleed publiek. Geen junk te bekennen.

In tien jaar is de verblijfduur per persoon gestegen van enkele minuten (zoeken naar een parkeerautomaat) tot enkele uren. BAR-uitbater Kris de Leeuw: „Het is een soort Stadhuisplein geworden voor coole mensen, zei iemand laatst. Dat vond ik treffend gevonden.”

Een stadsplein is een plek waar veel mensen kunnen zitten en dan meestal bij verschillende uitbaters wat te drinken kunnen bestellen. Een góéd plein is een plek waar mensen niet alleen kunnen zitten, het is een plek waar mensen ook wíllen zitten.

De voorheen troosteloze parkeerplek is zo’n plein geworden. Dat kon Rotterdam goed gebruiken. Hoewel we veel plekken hebben die vallen onder de linguïstische noemer ‘plein’ (Hofplein, Oostplein, Kleinpolderplein) hebben we hebben weinig pleinen in Rotterdam die als zodanig fungeren.

Het begon als pilot tijdens de Architectuurbiënnale, vier jaar geleden. Architectenbureau ZUS had samen met foodconceptkantoor Mess het plan opgevat tijdens die weken een bar te beginnen, met bierpullen en grote picknicktafels. De naam Biergarten werd pas twee weken na de opening bedacht, omdat het ‘als een Biergarten aanvoelde’.

Pullen die verbroederen

En nu, bier jaar later, is de Biergarten er nog steeds. Mess-mede-eigenaar Nikki van Dijk: „Het is een vrijstaat geworden.” Een vrijstaat met halve liters bier voor vijf euro. Dure rondjes, snelle dronkenschap. De grote pullen verbroederen, iedereen loopt te hannesen met zijn grote glas, mensen proosten elkaar als begroeting.

Na drie jaar is het niet meer alleen maar de Biergarten. Het is ook ‘Naast De Biergarten’ geworden. Tot vorig jaar deed het aangrenzende BAR-terras dienst als reserveterras. Mensen gingen er heen als het druk werd. Dat deed de eigenzinnige club geen eer aan.

Hollywood Music Hall ging failliet, clubeigenaar Aziz Yagoub (bekend van Perron en Toffler) nam het pand over en verving de slonzige frietkar en de Malibu-partytent voor een strakke bar en zwarte muur. En hoewel de uitbaters aangeven dat ze allemaal ‘een heel ander publiek trekken’, mengt het huidige publiek van Annabel beter met het Biergarten- en BAR-publiek. Met het verdwijnen van Hollywood is de laatste herinnering aan het vorige leven van het plein verdwenen.

En is er een pleingevoel in de plaats gekomen. Mensen komen niet meer alleen voor de Biergarten, maar ook voor BAR of Annabel. Het publiek loopt van de ene plek naar de andere, wisselt van bar – en van scène. Buiten draaien de drie bars dezelfde muziek, zodat overlast wordt beperkt. De uitbaters hebben elke twee weken overleg en programmeren af en toe gezamenlijk. Het getuigt van synergie. Synergie die hopelijk na de wittebroodsweken van de pasgetrouwde ondernemers blijft voortbestaan, want het doet het de plek goed.

Nu alleen nog een naam.