Eindspel met Grieken? Liever even geduld

De zenuwen lopen per Griekse deadline verder op, de frustratie groeit en zo ook de wens in één klap de onzekerheid te stoppen. Zet ze er dan maar uit, is de teneur. Het is geen toeval dat de spelmetafoor dezer dagen in zwang is. „Griekse speltheoretici gokken met de toekomst van Griekenland – en van Europa”, aldus SPD-leider Sigmar Gabriel in Bild Zeitung afgelopen zondag. Dat was op de man naar de Griekse minister Varoufakis, als academicus co-auteur van Game Theory: A Critical Introduction. Subtieler was kort ervoor Europese Raadsvoorzitter Donald Tusk: „Er is geen tijd meer om te gokken. De dag nadert, vrees ik, dat iemand zegt dat het spel uit is.” Game over. In de Financial Times brengt columnist Gideon Rachman deze week ‘Vier spelletjes die de Grieken misschien spelen’ in kaart. De illustratie verwees naar James Dean klassieker Rebel without a Cause, met twee auto’s die op een ravijn afkoersen – de eerste die eruit springt heeft verloren.

De onderhandelingen tussen Griekenland en zijn schuldeisers zijn een spiegelpaleis van bluf, dubbele bodems en onzekerheid. Wie beweegt het eerst? Wie verliest het meest als het misgaat? Een akkoord is voor beide partijen te verkiezen boven de sprong in het diepe van een Grieks faillissement, maar vergt wederzijds vertrouwen, dat er niet is. Dus rijdt men op de afgrond af. Een verschil met James Deans chicken game is wel dat de spelers onderweg kunnen overleggen en onderhandelen. Waarbij de Grieken momenteel IMF-ambtenaren en EU-ministers ontrieven en negeren, opdat bij de tegenpartij eindelijk Angela Merkel achter het stuur kruipt.

In een mooi tweegesprek over speltheorie met de invloedrijke Noorse econoom en filosoof Jon Elster, in het Franse Philosophie Magazine, zei Varoufakis geen blufspel te spelen: „We hebben het recht niet meer te bluffen. Wanneer ik zeg dat we uiteindelijk uit de euro zullen stappen als we onhoudbare bezuinigingsmaatregelen moeten aanvaarden, dan is dat geen bluf.” Critici verwijten de flamboyante Varoufakis een overmaat aan interviews en publiciteit (zijn boek De economie zoals uitgelegd aan zijn dochter verschijnt deze week in het Nederlands); laat hem liever thuis de economie hervormen, klinkt het. Maar met zijn woordenstroom wil de minister – heel rationeel – het discours kantelen, de spelregels veranderen. Vergeefs weliswaar, maar het alternatief, meegaan met de bezuinigingslogica van zijn schuldeisers, betekent voor hem bij voorbaat een nederlaag. Het is dus guerrillatactiek. En ook verwarring scheppen heeft nut. Uit hetzelfde gesprek: „Een speler kan er belang bij hebben irrationaliteit voor te wenden. Als je lang genoeg en overtuigend net-alsof doet, heb je een kans dat de ander je als irrationeel ziet. Het is dus niet irrationeel te doen alsof je het bent!”

De spelvergelijking dringt zich op vanwege ons ongeduld, het gevoel dat het nu welletjes is. Het aantrekkelijke van het spel is immers dat het een einde kent – schaakmat, fluitsignaal, matchpoint, doek. Johan Huizinga, onze nationale speltheoreticus, definieerde in Homo ludens het spel als afgegrensd in ruimte en tijd. „Het spel begint, en het is op zeker ogenblik ‘uit’.” Hier houdt de vergelijking dus op. Want als de wedstrijd tussen euro en Grexit is beslist, gaat de werkelijkheid gewoon door. Dat geldt voor de Grieken: na een faillissement kan de regering de pensioenen nog steeds niet betalen en is de economie in even belabberde staat. Dat geldt ook voor ons: na een Grexit zijn we ons geld ook kwijt en zullen we het land – landingsplaats voor Afrikaanse vluchtelingen, springplank voor Russische invloed in Europa en middenin de ontvlambare Balkan – nog jarenlang moeten helpen om grotere chaos te vermijden. Misschien toch nog wat geduld oefenen.