Eerst een Amber Alert, dan pas vakantiekiekjes en babyfoto's

De eerstvolgende landelijke Amber Alert komt in de tijdlijn van álle mobiele Facebookgebruikers in Nederland. Vooral in de kritieke eerste uren is snelheid belangrijk.

Dit is hoe een Amber Alert op Facebook eruit gaat zien. De afgebeelde oproep, voor het meisje Isra, was in werkelijkheid een Amber Alert in 2004.
Dit is hoe een Amber Alert op Facebook eruit gaat zien. De afgebeelde oproep, voor het meisje Isra, was in werkelijkheid een Amber Alert in 2004.

Facebook gaat samenwerken met Amber Alert Nederland, het systeem om vermiste kinderen op te sporen. Als een landelijke alert wordt uitgestuurd, verschijnt die voortaan ook in de tijdlijn bij alle gebruikers van de Facebook-app die in Nederland zijn.

Dat maakten de drie samenwerkende partijen – Facebook, de Nationale Politie en Amber Alert Nederland – vanochtend bekend op een persconferentie in Nieuwspoort, Den Haag. Nederland is het derde land ter wereld (na VS en Canada), en het eerste in Europa, dat dit systeem implementeert.

Honderden keren per jaar worden delen van het systeem ingezet, om mensen in een bepaald gebied te bereiken. Maar als de politie reden heeft te denken dat een vermist kind in levensgevaar is, wordt een landelijke alert verstuurd. Een bericht bereikt (via onder meer radio, tv, nieuwssites, schermen langs de snelweg, sms, sociale media en een aparte app) zo’n twaalf miljoen Nederlanders, volgens een steekproef van peil.nl in april vorig jaar. Maar het bereik kan dus nóg groter, met zes miljoen Nederlandse Facebook-gebruikers op mobiel.

Bovendien zijn bij een vermissing de eerste uren essentieel. „En juist daar is het sociale netwerk goed in: snel veel mensen bereiken”, zegt mede-oprichter van Amber Alert Nederland Frank Hoen. „Zodra je de app opent, zie je het bericht.” Het criterium is niet of de Facebookgebruiker Nederlander is, maar of hij ín Nederland is. Met andere woorden: een buitenlander die hier verblijft krijgt de alert wel, een Nederlander op vakantie in China niet. Een alert kan als dat nodig is langere tijd bovenaan de tijdlijn van de ontvanger blijven ‘plakken’.

Volgens Martine Vis, verantwoordelijk voor de sociale media van de Nationale Politie, is zo’n oproep vergelijkbaar met een politiebericht zoals dat vroeger voor het Journaal werd uitgezonden. „Als we een fotootje hebben, tonen we dat erbij. Verder informatie over het kind, een korte beschrijving van waar hij of zij het laatst gezien is en mogelijk een signalement van de dader, of van een auto die is gezien.”

Daaronder staat een telefoonnummer dat mensen kunnen bellen. Aanvankelijk was het idee dat gebruikers ook direct onder een Amber Alert konden reageren. Er is gekozen om dit niet te doen, omdat gebruikers die iets weten dit niet met elkaar - maar met de politie moeten delen. Vis zal naar nuttige tips moeten zoeken tussen allerlei reacties van Facebookers die alleen hun medeleven willen uiten. „Je ontkomt er niet aan dat mensen vanuit sentiment gaan reageren.”

Vis zegt niet bang te zijn dat gebruikers boos worden dat ze een bericht krijgen waar ze niet om hebben gevraagd. „Bij een opsporingsbericht voor het Journaal zeiden mensen ook niet: dat wil ik niet zien. Het is een serieuze zaak waarin hulp van burgers nodig is, en het gebeurt bovendien maar zo’n vier keer per jaar.” Wie wil helpen meer aandacht te krijgen voor het opsporingsbericht, kan de alert delen met Facebookvrienden.

Amber Alert is volgens Hoen het grootste burgerinitiatief van Nederland – en een voorbeeld voor de rest van Europa. „Van de 28 EU-landen hebben er acht een actief systeem. Iedereen kijkt naar ons, hoe wij het doen. En Facebook komt niet voor niets als eerst bij ons uit.”

De samenwerking met Facebook begint per direct. „Dus bij de eerstvolgende keer doen we het op die manier”, zegt Vis. „Maar ik hoop natuurlijk dat dat nog heel lang duurt.”