Opinie

Een vredesmacht moet zijn naam waarmaken

De wereld doet graag, en steeds vaker, een beroep op ze: de vredestroepen van de Verenigde Naties. Bij elkaar vormen ze een enorm leger van zo’n 120.000 militairen en politiemensen uit bijna alle hoeken van de wereld. Ze zijn actief in zestien verschillende conflictgebieden, waar ze, met wisselend succes, proberen de vrede te bewaren of te voorkomen dat geweld verder uit de hand loopt.

Vaak lopen ze grote risico’s. Soms komen ze in het nieuws vanwege ernstig wangedrag. Maar de wereld zou niet meer zonder de ‘blauwhelmen’ kunnen. Alleen: er schort nog veel aan de manier waarop ze opereren, en ook aan de opdrachten waarmee de Veiligheidsraad ze namens de wereld op grote crisishaarden afstuurt.

Deze week vertelde de commandant van de vredesmacht in Zuid-Soedan over zijn missie in dat land. In de Veiligheidsraad in New York legde hij uit hoe groot de problemen zijn waar zijn mensen voor staan. Meer dan 140.000 Zuid-Soedanezen schuilen voor het geweld van de burgeroorlog op bases van de VN. Maar veiligheid kunnen de troepen hun niet garanderen. Vorige maand werden zo’n twintig granaten afgevuurd op een basis met 120 VN-militairen, 15 politiemensen en 1.600 ontheemden – van wie er acht om het leven kwamen.

Steeds vaker worden de terreinen waar wij burgers bescherming bieden het doelwit van de strijdende partijen, zei de commandant. Om zijn missie te kunnen vervullen, en burgers écht te beschermen, heeft hij onvoldoende manschappen, materieel en gespecialiseerde eenheden.

Een even ontnuchterend verhaal vertelde de commandant van de missie in Mali, waar ook Nederland aan deelneemt. Zijn troepen zijn onvoldoende toegerust om te kunnen opereren in een omgeving waar jihadistische terreurgroepen actief zijn en ook VN-personeel aanvallen. Zo hebben de VN sinds 2013 al 36 militairen in Mali verloren, 200 raakten er gewond. Het is op dit moment „de VN-missie waarbij verreweg de meeste militairen zijn gesneuveld”.

Willen vredesoperaties van de VN hun effectiviteit en geloofwaardigheid behouden, dan zijn drastische veranderingen dringend noodzakelijk, stelt een rapport dat deze week is uitgebracht aan VN-chef Ban Ki-moon. Sinds 2000 zijn de vredesmissies niet meer zo uitgebreid onder de loep genomen. Het rapport, opgesteld onder leiding van oud-president van Oost-Timor en Nobelprijswinnaar José Ramos-Horta, kraakt enkele harde noten. Het werd tijd.

Bescherming van de burgerbevolking zou bij alle missies voorop moeten staan. De Veiligheidsraad zou zich meer moeten richten op preventie van conflicten, en geen vredesmacht moeten inzetten als er niet ook een plan voor een politieke oplossing is. Met militaire terreurbestrijding zouden blauwhelmen zich helemaal niet moeten bezighouden. De rijke landen zouden meer militairen moeten leveren aan de VN-missies, die nu hoofdzakelijk worden uitgevoerd door militairen uit ontwikkelingslanden. En er zouden eenheden moeten komen die snel kunnen worden ingezet – nu duurt het gemiddeld negen maanden voor een missie opgetuigd is en aan de slag kan, want de VN hebben geen eigen leger klaarstaan.

Dat er steeds weer nieuwe gevallen van seksueel misbruik door VN-militairen zijn, ondermijnt volgens Ramos-Horta „de belangrijkste macht die de VN hebben: onbetwistbare integriteit”. Blauwhelmen die zich aan seksueel misbruik schuldig maken moeten door hun land snel worden vervolgd. Gebeurt dat niet, dan moet zo’n land worden uitgesloten van deelname aan VN-operaties. Wie kan daar tegen zijn? Een vredesmacht moet zijn naam wel waarmaken.