Doe goed, en u staat steviger in de wereld

Deze Amerikaanse schrijver en filmer presenteert in zijn verhalen barmhartige mannen, in soms vreemde situaties. Ze doen hun best voor anderen, zodat ze zich ‘minder nutteloos en los van de wereld’ voelen.

Roodwangschildpad
Roodwangschildpad Foto Thinkstock

Arthur Bradford debuteerde in 2001 met de verhalenbundel Dogwalker. Voor het openingsverhaal, ‘Catface’, kreeg hij de O. Henryprijs. Grote namen als Dave Eggers, Zadie Smith en David Foster Wallace liepen met hem weg. Aangemoedigd door dit succes kocht Bradford (1969) een hut in de bergen in Vermont, waar hij hoopte een roman te schrijven op zijn bijna honderd jaar oude typemachine. Maar het was winter, en hij stak meer tijd in houthakken, kaarsen branden en sneeuw van het dak vegen – alles om maar warm te blijven – dan in schrijven.

Hij verhuisde naar New York en vervolgens naar Portland, in de staat Oregon. Hij werkte bij een zomerkamp, kreeg twee dochters en maakte een documentaire die genomineerd werd voor een Emmy. De jaren verstreken, maar de roman bleef uit. Soms zocht hij verwoed door de mappen op zijn computer naar het manuscript waarvan hij zeker wist dat het moest bestaan.

Bizarre situaties

Nu, veertien jaar later, is er dan eindelijk Turtleface and Beyond. Geen roman, maar een bundel losjes met elkaar verbonden verhalen. De hoofdfiguur in deze verhalen is Georgie, een jongeman wiens goede bedoelingen onvoorziene, vaak absurde gevolgen hebben. ‘Het was een onbezonnen actie. Ik wist het voor ik het deed en toch deed ik het.’ Zo begint ‘Orderly’ en dit blijkt Georgies motto te zijn. In het titelverhaal, ‘Turtleface’, spoort hij zijn vriend Otto aan om van een klif in een rivier te springen. Otto landt met zijn gezicht op een schildpad en wordt opgenomen in het ziekenhuis. George neemt de gewonde schildpad mee naar huis en noemt haar Charlotte, en keert daarmee onverhoeds zijn omgeving tegen zich. ‘Soms kwam ik thuis in mijn appartement en vond ik Otto diep in gesprek met Charlotte [...] Soms voelde het alsof ze een bond tegen mij vormden, ondanks alles wat ik voor ze had gedaan.’ In ‘Lost Limbs’ bevindt Georgie zich in een nog vreemdere situatie. ‘Pas tijdens mijn tweede afspraakje met Lenore ontdekte ik dat ze een ledemaat kwijt was.’ Kort daarop verliest Georgie bij een ongeluk zelf een been.

Wat deze verhalen geloofwaardig maakt is Georgies laconieke vertelstem, die doet denken aan Kurt Vonnegut, nog zo’n meester in het creëren van bizarre situaties die het dagelijks leven overhoop gooien. Georgie accepteert het onverwachte, waardoor zelfs de meest absurde momenten als normaal worden gezien. Dit houdt ook de donkere ondertoon in balans, want vaak is de grens tussen tragiek en komedie in deze verhalen erg dun. In het voorgenoemde verhaal ‘Orderly’ wordt Georgie verliefd op een patiënte in een psychiatrische inrichting. ‘Ze leek niet gek. Ze leek alleen nerveus.’ De patiënte raakt zwanger, maar krijgt een miskraam. Georgie, die eerst nog een abortus voorstelde, is nu terneergeslagen. ‘Ik geloof dat kinderen de som van hun ouders kunnen ontstijgen. Misschien dat er in hun genen lessen verborgen zitten over alle fouten die wij hebben gemaakt.’

Nergens velt Bradford een oordeel over Georgie of de reeks kneuzen met wie hij in aanraking komt. In dat opzicht doet Turtleface denken aan Jesus’ Son van Denis Johnson, die meesterlijke verhalenbundel over Fuckhead, die ook in allerlei bizarre situaties belandt. Waar Fuckheads perikelen voornamelijk veroorzaakt werden door drugs, is de wereld die Bradford aan de lezer presenteert, van nature bizar. Maar wat deze boeken met elkaar delen is barmhartigheid. Georgie en Fuckhead zijn geen rolmodellen, maar ze doen hun best voor anderen, waardoor ze zich, in Georgies woorden, ‘minder nutteloos en los van de wereld’ voelen.

Slang

Daarin schuilt de kern van Turtleface. In tegenstelling tot Fuckhead leert Georgie weinig van zijn perikelen, maar dat wil hij ook niet. Hij wil anderen helpen. In ‘Snakebite’ komt hij onderweg naar een bruiloft een man tegen die door een slang in zijn been is gebeten. Georgies vrienden willen doorrijden, maar Georgie besluit de man te helpen door het gif uit de wond te zuigen. De gevolgen van dit soort morele problemen zijn zelden aangenaam voor Georgie, maar voor de lezer levert het pareltjes van verhalen op.

Want als Georgie in het laatste verhaal eindelijk eens besluit iemand niet te helpen – in dit geval met het vervoeren van een meer dan honderd kilo wegende hond over de grens met Mexico – en zegt: ‘Ik besloot zijn aanbod niet te accepteren’, is de lezer nog lang niet uitgekeken op Georgies avonturen.