DNB: banken moeten zich meer specialiseren

Volgens DNB zijn de banken in Nederland een eenheidsworst. Dat maakt de sector kwetsbaarder als er crisis is.

Nederlandse banken lijken te veel op elkaar. Ze zouden zich moeten specialiseren in waar ze goed in zijn. Dat is noodzakelijk om de sector beter bestand te maken tegen nieuwe crises. Het risicoprofiel van de sector als geheel wordt hierdoor lager.

Dat is een van de opvallendere conclusies van financieel toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) in haar gisteren verschenen analyse van de Nederlandse bankensector, Visie op de structuur van de Nederlandse bankensector. In het rapport analyseert DNB bedreigingen voor de stabiliteit van de banken. Zij sluit daarmee aan bij een aantal eerdere, invloedrijke rapporten over de schokbestendigheid van de sector, waaronder het rapport van de Commissie Wijffels uit 2013.

Volgens DNB zijn de banken ieder voor zich heel divers. Ze zijn actief in verschillende landen en op verschillende gebieden (sparen, hypotheken, vastgoed). Dat is ook goed voor die banken zelf, aldus DNB, want door die spreiding lopen ze minder risico. Als ergens binnen de bank een probleem ontstaat, bijvoorbeeld door teruglopende verkoop van het aantal hypotheken, hoeft de bank als geheel niet in moeilijkheden te komen. Andere activiteiten draaien wellicht wel goed.

Maar voor de sector is de huidige situatie niet goed, stelt DNB. Het probleem is dat alle grote banken eigenlijk hetzelfde model hanteren. Ze zijn actief in veel regio’s en bieden veel producten en diensten aan, al zijn er natuurlijk wel verschillen. Als één bank dus in problemen komt door een vastgoedcrisis, komen ze dat allemaal, en tegelijk. Dan is er zo een nieuwe bankencrisis.

Directeur toezicht Jan Sijbrand van DNB zei gisteren: „Als er één niest, hebben ze volgende week allemaal griep. Het is misschien paradoxaal, maar wat goed is voor één bank, is niet per se goed voor de sector als geheel.”

De Nederlandsche Bank erkent in haar rapport dat banken al wel aan het specialiseren zijn. Ze richten zich meer op de Nederlandse thuismarkt en op traditionele kredietverlening, in plaats van bijvoorbeeld zakenbankieren. Deels gebeurt dat overigens noodgedwongen. Banken als ING en ABN Amro die staatssteun nodig hadden tijdens de crisis, kregen ter compensatie van de Europese Commissie opgelegd dat ze onderdelen moesten verkopen.

Maar het probleem is volgens DNB dat die ontwikkeling vooralsnog „bescheiden is” en dat „iedereen zich ongeveer in dezelfde richting ontwikkelt”. Zo zijn alle banken bezig met het stoppen of afbouwen van commercieel vastgoedactiviteiten en zakenbankieren, en trekken ze zich terug uit het buitenland. Dat lost het gebrek aan verscheidenheid van de sector niet op. Liever zou DNB meer gespecialiseerde banken zien: spaarbanken, hypotheekbanken, zakenbanken.

Wat er aan te doen? Dat is nog niet eenvoudig, erkende Sijbrand gisteren. DNB heeft geen bevoegdheid om banken te dwingen te specialiseren. „Het is hun eigen keuze.” Maar DNB ziet wel „beïnvloedingsmogelijkheden”. Door te gaan praten met banken. En ook door ervoor te zorgen dat ze „meer rekening houden met de nadelen van diversificatie”. Het eisen van hoge buffers tegen nieuwe crises is één manier.