‘1 op de 25 mensen voelt zich niet duidelijk man of vrouw’

Dat stond dinsdag op de site van de NOS

illustratie Tamara Pruis
illustratie Tamara Pruis

De aanleiding

Je bent op het vliegveld, hebt je koffer al ingecheckt en je loopt richting de paspoortcontrole. Snel drink je het flesje water in je rugzak leeg en je gaat in de rij staan. Je voelt je ongemakkelijk, je weet wat er straks kan gebeuren. Je geeft je paspoort aan de douanier. Die kijkt verbaasd naar de foto in je paspoort, en dan weer naar jou, en dan weer naar je foto. Daarna komt de vraag: „Loopt u even met ons mee?”

Mensen die zich niet per se man óf vrouw voelen hebben hier regelmatig last van. Denk aan iemand die gekleed is als vrouw terwijl er in het paspoort staat dat het een man is. VVD-Kamerlid Jeroen van Wijngaarden wil daarom dat mensen zelf kunnen kiezen of hun geslacht wordt genoemd in hun overheidsdocumenten. Op Radio 1 lichtte hij dinsdagochtend zijn verhaal toe. De NOS schreef daarna op de site: „Volgens het COC voelt 1 op de 25 mensen zich niet duidelijk man of vrouw.” Het zou dus gaan om ongeveer 650.000 Nederlanders. Wij checken de stelling: 1 op de 25 mensen voelt zich niet duidelijk man of vrouw.

Waar is het op gebaseerd?

We bellen met het COC.

Ja, de stelling komt van ons, zegt de woordvoerder. Twee weken geleden stuurde de homo-organisatie de Tweede Kamer een brief met cijfers over het aantal mensen dat genderambigu is en zich dus niet helemaal man óf vrouw voelt. Het zou gaan om vier procent van de Nederlanders, dus 1 op de 25 mensen. Die vier procent is gebaseerd op een onderzoek van Lisette Kuyper, onderzoeker bij het Sociaal Cultureel Planbureau, zegt de COC-woordvoerder. Hij mailt ons het wetenschappelijke artikel door.

In het onderzoek uit 2012 wordt meer dan achtduizend Nederlandse respondenten eerst gevraagd welk geslacht ze tijdens hun geboorte hebben gekregen: man of vrouw. De vervolgvraag is: in hoeverre voel je je psychologisch man? En daarna komt: in hoeverre voel je je psychologisch vrouw?

En, klopt het?

Mensen die zich psychologisch identificeren met het andere geslacht zijn genderambigu. Bij de mannen gaat het om 4,6 procent en bij de vrouwen om 3,2 procent. Het afgeronde gemiddelde daarvan is inderdaad vier procent. Het cijfer klopt.

Maar dat mensen zich psychologisch identificeren met het andere geslacht, betekent toch niet automatisch dat ze niet kunnen kiezen of ze een man of vrouw zijn?

Niet per se, zegt SCP-onderzoeker Kuyper die dit onderzoek uitvoerde. Het gaat om mensen die zichzelf psychologisch als man én als vrouw kunnen definiëren. Bijvoorbeeld omdat ze vinden dat er geen psychologisch verschil is tussen mannen en vrouwen, zegt Kuyper. Maar dat hoeft niet te betekenen dat ze onduidelijkheid ervaren over hun eigen geslacht, zegt ze.

De stelling is een simplificatie van het onderzoek, vindt ook cultuurwetenschapper Margriet van Heesch, die aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek doet naar genderstereotypen.

Wat mensen op de tweede vraag antwoorden wordt bepaald door specifieke culturele definities van gender in een land, zegt Van Heesch. Een vrouw kan zich psychologisch mannelijk voelen omdat ze voetbalt, of omdat ze wetenschapper is, omdat de samenleving stelt dat dit mannelijke eigenschappen zijn. Het COC heeft complexe wetenschappelijke kennis simpel vertaald, de nuances zijn verloren gegaan, maar de stelling is niet onwaar, zegt ze. Wanneer mannelijkheid en vrouwelijkheid als tegenovergesteld gedefinieerd worden, krijg je als snel dat de grenzen ervan worden overschreden. Het cijfer 1 op 25 is dan eigenlijk nog te laag, zegt Van Heesch.

Conclusie

Volgens het COC voelt 1 op de 25 mensen zich niet duidelijk man of vrouw. Uit onderzoek blijkt dat grotendeels te kloppen. Een deel van die groep voelt zich wel man of vrouw maar kan zich daarnaast ook psychologisch met het andere geslacht identificeren. We beoordelen de stelling als grotendeels waar.