Zo wordt de Parade gemaakt

Theaterfestival de Parade begint vandaag in Rotterdam. Het was weer dringen voor een plek. Elk jaar zijn er 400 aanmeldingen voor maar 80 plaatsen.

Sanne VogelFoto Mieke Kreunen
Sanne VogelFoto Mieke Kreunen

Waar verheugt de artistiek directeur zich deze editie op? Nicole van Vessum (50) bladert door het programmaboekje van ‘haar’ festival de Parade, dat dit jaar 25 jaar bestaat. Ze wijst, hier, hier, dáár, en die! Suver Nuver, Carver, Loes Luca. Jonge talenten van de mimeopleiding en Theater aan het Spui, maar ook Een grijze komedie van Annemarie Oster en Jules Croiset, en Revival met senioren Peter Faber en Bill van Dijk. „Eigenlijk is dit de eerste keer dat ik honderd procent achter het programma sta. De kracht van de Parade is de mix, dus ik sluit altijd compromissen. Niet alles wat wij programmeren is mijn smaak. Ik hou van theater, dans en mime, zakelijk directeur Ray van Santen zit beter in de muziek en het muziektheater. We kiezen samen; zo vullen we elkaar goed aan. Maar wat er dit jaar staat, is wel een heel volledige, brede en kwalitatief hoge selectie. En dat mag ook wel, bij zo’n jubileumeditie.”

De formule kan na 25 jaar bekend worden verondersteld: in de zomermaanden spelen zo’n 500 artiesten tachtig voorstellingen in een vrolijk circustentendorp dat langs de vier grote steden trekt: Rotterdam (dit jaar 18-28 juni), Den Haag (3-12 juli), Utrecht (17 juli-2 augustus) en Amsterdam (7-23 augustus). Tussen de theatertenten op het terrein bloeien volop barretjes en restaurants. Artiesten zijn zelf verantwoordelijk voor de toeloop in hun tent, en proberen die, bont uitgedost en met veel tamtam, ter plekke op het terrein te vergroten. De Parade is het grootste en drukste zomertheaterfestival, en bovendien kraamkamer van carrières: Loes Luca, Sanne Vogel, de Ashton Brothers, talloze artiesten werden hier groot.

Veel oude bekenden, is dat wel leuk?

Van Vessum vindt het bijzonder dat het gezelschap Suver Nuver, ooit een Parade-klassieker, speciaal voor deze gelegenheid weer eenmalig bij elkaar komt. „Suver Nuver is een van de groepen die de Parade mede smoel hebben gegeven. Dette Glashouwer van het gezelschap staat hier nog steeds bijna jaarlijks, met voorstellingen over geld. Nu borduurt het herenigde gezelschap voort op die thematiek, met Casino Royale. Zo vloeien toen en nu mooi samen.” Dat geldt ook voor Den Boer, Jonker & Den Boer. „Theatermaker Ilay den Boer begon hier ooit als barman en regisseert nu zijn vader, die als acteur vroeger ook op de Parade stond. Er is dus al sprake van meerdere generaties Parade- artiesten.”

Een andere oude bekende die dit jubileumjaar terugkeert is zangeres/comédienne Loes Luca. „Loes is na vijftien jaar bij ons terug met een bijzondere, doorlopende voorstelling, een soort ‘reality soap’, waarbij het publiek als het ware bij haar thuis wordt uitgenodigd.”

Dit weerzien roept de vraag op in hoeverre de artistieke signatuur van de Parade in 25 jaar is veranderd. Van Vessum: „Onder Terts Brinkhoff, de oprichter, was het festival meer een artistieke club geestverwanten die samen een feestje bouwden. Het was pionierswerk; improviseren. De smaak van Terts was leidend, en het was misschien iets beter voorspelbaar welke artiesten je het volgende jaar terug zou zien. Daar heb ik verandering in proberen te brengen. Een andere, onmiskenbare ontwikkeling is dat alles veel meer is geprofessionaliseerd. Niet alleen wij, als festival, maar ook de deelnemende gezelschappen, ja zelfs individuele artiesten. Daardoor is de Parade inmiddels een goed geoliede machine.”

Toen Van Vessum negen jaar geleden directeur werd, zei ze een aantal vast terugkerende artiesten, zoals Van Houts en De Ket, tijdelijk de wacht aan. Dat viel niet altijd goed. „Mensen riepen: de tent zit vol, hoezo moet ik dan weg? Maar deelname is niet vanzelfsprekend, want dan wordt de formule sleets. Ik weet heel goed wat de Parade kan doen voor iemands carrière, en die kans wil je andere artiesten ook geven. Daarbij wil ik een vinger aan de pols houden van nieuwe ontwikkelingen, en een podium bieden aan jong talent. Sinds het wegvallen van de productiehuizen is die taak serieuzer geworden.” Jaarlijks biedt het festival in Amsterdam al een tent aan de beste afstudeervoorstelling, sinds kort scout Van Vessum ook actief op theaterscholen om studerende makers voor drie jaar een kans te geven. „We mogen dan ongesubsidieerd zijn, ik vind dat wij wat betreft talentontwikkeling ook onze verantwoordelijkheid moeten nemen.”

Sinds haar aantreden stuurt ze bovendien aan op een artistiek ambitieuzere programmering. De Parade toont nu meer ‘moeilijke’ theatervormen als dans en opera; choreografen Conny Janssen, Anouk van Dijk en Nicole Beutler zijn vaste waarden geworden. Van Vessum krijgt ieder jaar in augustus 400 aanmeldingen voor tachtig plaatsen, maar een deel van de artiesten die er staan benadert ze zelf. „Vroeger werd dan wel eens laatdunkend gereageerd: ‘Gut, daar is iedereen toch dronken?’ Nee, ik noem geen namen. Maar dat komt eigenlijk nooit meer voor. Onze positie in de sector is behoorlijk veranderd.”

De ‘typische’ voorstelling bestaat niet

Nu wil iedereen wel op de Parade staan. Jonge talenten die een zomer zonder werk moeten overbruggen, gearriveerde artiesten die nieuw materiaal willen uitproberen of grote gesubsidieerde gezelschappen, zoals Oostpool en het Nationale Toneel, die hun publiek willen verbreden. Dat mag, zegt Van Vessum, als ze er maar eerlijk over zijn. „In ruil krijgen wij dan een bijzondere voorstelling.” Maar hoe selecteert zij uit dat duizelingwekkende aanbod? „Een deel is intuïtie. Ik hou de mix in de gaten en let op iemands motivatie. Is een brief te algemeen gesteld, dat wil zeggen: bestemd voor alle festivals? Dan valt die direct af. Net als mensen die schrijven dat hun productie ‘een typische Paradevoorstelling’ is. Hup, ook meteen weg.” Want de ‘typische Paradevoorstelling’ bestaat niet, zegt Van Vessum; elke goeie kunstenaar kan op de Parade staan. Maar wat ze juist niet wil: stand-up comedy of slapstickcabaret, gericht op de gemakkelijke lach. „Dat vind ik te plat.”

De directeur probeert bij de selectie ook altijd in te schatten of artiesten weten waar ze aan beginnen – „het is kei- en keihard werken” – en speelt daarbij een coachende rol. „Soms valt het mensen echt tegen. Je mist de goede techniek van de schouwburg, en de concentratie bij het publiek. Maar de meesten vinden juist dat geweldig: je moet het weer allemaal zelf doen; het publiek verleiden, het inpakken. Als dat lukt, geeft dat een enorme kick.”

In dat opzicht prijst Van Vessum de aanwezigheid dit jaar van acteur Mark Rietman, die voor het eerst in zijn leven op de Parade speelt. „Ik vind het geweldig dat zo’n gelauwerd klassiek acteur, die je sterk associeert met het pluche van de schouwburg, op zijn 54ste de stap zet om bij ons in een klein tentje te gaan staan. Dat zijn echt de cadeautjes in het programma.”