Zeester perst chip uit zijn arm

Even de zeesterren chippen. Het leek een simpel labkarweitje, maar Frederik Christensen en Trine Olsen, twee Deense biologiestudenten van de Syddansk Universitet, kregen het niet voor elkaar. De microchips lagen daags na de injectie op de bodem van de tank, keer op keer.

Hoe kon dat? De studenten probeerden het opnieuw, maar nu met magneetjes. Ze bonden een ander magneetje aan een lange haar (van Olsen) en hielden die boven de zeester, zodat ze precies konden zien waar het geïnjecteerde magneetje zich bevond.

De magneten zwierven een paar uur door het lichaam, kwamen in een arm terecht, en werden uiteindelijk door het uiterste puntje van die arm geperst. Dat ging zonder blijvende verwondingen: na de passage van de magneet was er alleen een haarfijn scheurtje zichtbaar. Deze wijze van zelfzuivering is uniek in de dierenwereld.

De studenten denken dat voorwerpen door het zeesterrenlijf reizen doordat de kringvormige spieren rond het voorwerp samentrekken. In het wild raken zeesterren zo misschien de steentjes, stukjes schelp en parasieten kwijt die bij hun strooptochten over de zeebodem in hun armen verzeild raken. De ontdekking van het studentenduo was goed voor een publicatie in het tijdschrift Biological Bulletin, begin april.