Zeer geachte heer Dekker,

In deze brandbrief riepen 53 hoofdredacteuren staatssecretaris Dekker (media) vorige week op om oneerlijke concurrentie door de publieke omroep aan te pakken.

‘In 2008 richtten 42 hoofdredacteuren en uitgevers zich tot het kabinet met een brandbrief over de concurrentievervalsing door de publieke omroep. Zij schreven toen dat concurrentievervalsing de pluriformiteit van de journalistiek (...) bedreigt. In de jaren die sinds 2008 verstreken zijn, is geen overheidsbeleid gevoerd om marktverstoring door de publieke omroep tegen te gaan. (...) Nu, zeven jaar later, luiden we daarom opnieuw (...) de noodklok om de oneerlijke concurrentie met de publieke omroep een halt toe te roepen. Het wekt onze verbazing dat de NPO in haar nieuwe concessiebeleidsplan vol inzet op digitale media. Juist op digitale platforms moeten private nieuwsmedia hun nieuwe economische fundament zien te vinden. Gescheiden werelden van dagbladen, radio en televisie zijn opgegaan in het digitale domein met rechtstreekse, harde concurrentie als gevolg. In de strijd om het publiek is de NOS met haar apps op smartphones en tablets bijna marktleider, zonder dat het aanbod zich onderscheidt van het nieuwsaanbod van private nieuwsorganisaties. Dat roept de vraag op waar de grenzen van de publieke nieuwsvoorziening moeten liggen. Zelfs de vraag naar de legitimatie voor het uit belastingmiddelen bekostigen van (...) digitaal nieuwsaanbod is (...) nooit beantwoord. Naar onze stellige overtuiging ontbreekt die legitimatie, net zoals nooit legitimatie heeft bestaan voor bijvoorbeeld een publieke krant.

Om de pluriformiteit, kwaliteit en onafhankelijkheid van de journalistiek te waarborgen en de nieuwsvoorziening door de publieke omroep wél onderscheidend te maken, moeten de nieuwsactiviteiten van de publieke omroep worden begrensd, vooral op digitale platforms. De huidige verstoring van het speelveld leidt tot een verschraling van het Nederlandse journalistieke aanbod (...). De eerste stap naar een gelijker speelveld is een serieuze concurrentietoets voor activiteiten die onder het publieke mediabestel vallen. Activiteiten moeten toegevoegde (...) publieke waarde bieden en mogen de markt niet verstoren, willen ze bekostigd worden vanuit belastingmiddelen. Of aan die voorwaarden wordt voldaan, maakt een concurrentietoets inzichtelijk. (...). De toets dient (...) niet alleen op initiatief van de publieke omroep uitgevoerd te worden, maar ook als marktpartijen daar om verzoeken. De ondertekenaars verzetten zich niet tegen al het goede dat de publieke omroep biedt. Wel dient oneerlijke concurrentie met de publieke omroep grondig aangepakt te worden. De pluriformiteit en kwaliteit van de journalistiek worden door marktverstoring bedreigd, evenals de werkgelegenheid in de sector. (...).”