Opinie

Vlammen laaien op in Ahoy’ en pubers zweten op Dvorák

Dit weekend stond het Rotterdams Philharmonisch Orkest in Ahoy’ met de cirque du soleil-meets-symfonieorkest-show Julia. Imposant veel nieuw publiek stroomde erop af, met duizenden zelfs. Alleen dat al toont hoe noodzakelijk en goed zulke initiatieven zijn voor de zichtbaarheid van orkesten buiten de steeds nauwere kring van liefhebbers.

Maar hoe zouden de honderden jonge amateurorkestmusici die diezelfde dag in de Doelen meededen aan het Nationaal Concours voor Jeugdorkesten zo’n orkestshow met metershoge vuureffecten hebben gevonden? ‘Wel grappig’, schat ik in, maar niet meer dan dat. Wie de weg weet, wenst geen wegwijzers. Tussen alle jobstijdingen over klassieke muziek was het opwekkend te zien hoe busladingen vol tieners plezier beleefden aan samen Dvorák spelen – en wel écht goed.

„Samenwerken… plezier… discipline”, meldde de gelikte leader van het – winnende – Frysk Jeugd Orkest, maar ze hebben een punt. Daarin schuilt ook de complexiteit van al die florerende ‘Leerorkesten’: zeer sympathiek dat ze jonge kinderen via plezier in muziek leren samenwerken, maar wat deze gevorderde jeugdorkesten kunnen, eist privéles en jarenlang studeren. En voor de leerorkestkinderen voor wie snuffelen smaakte naar meer, is privéles weer vaak te duur, omdat subsidie aan muziekscholen is onttrokken. Geweldig dus dat minister Bussemaker en Joop van den Ende 50 miljoen steken in beter muziekonderwijs in de klas. Maar laat het een begin zijn van nog meer visie op wat muziekonderwijs kan en moet zijn.

Hoe ziet ons orkestbestel eruit als de kinderen van nu straks veertig zijn? De minister maakte afgelopen week bekend 3 miljoen vrij te maken voor samenwerking tussen orkesten en eenzelfde som voor behoud van het Metropole Orkest. Mooi meegenomen, maar ook: pleisterwerk. Als een ‘orkest voor lichte muziek’ niet mag ontbreken in de basisinfrastructuur, waarom gespecialiseerde orkesten als het Orkest van de Achttiende Eeuw of ASKO|Schönberg dan wel? En intussen kraken in de regio orkesten als HET Symfonieorkest in hun voegen. Musici, zo toont ook de actuele arbeidsvoorwaardendiscussie bij het Rotterdams Philharmonisch, moeten meer voor minder. En doen dat ook, want musicus ben je uit passie. Meer uren, minder geld, met je gezicht in close-up op een reuzenfilmdoek in Ahoy’ – wat al niet.

Maar hoe rekbaar is die draad? En hoe wenselijk is het die tot het maximum op te rekken? Ook daarop zou je een visie wensen, hoe ingewikkeld ook. Juist omdat muziekeducatie nu en het orkest van de toekomst zo nauw samenhangen.