Scheerkwast

Wie was ik en ben ik? In een serie korte verhalen onderwerpt schrijver Nicolaas Matsier zich aan een zelfonderzoek.

Illustratie Cyprian Koscielniak
Illustratie Cyprian Koscielniak

In een zwartgeglazuurd badkuipje op vier poten ligt een man. Uit het witte wateroppervlak omhoog steken enerzijds ’s mans bovenlijf, hoofd en armen, anderzijds zijn voeten. De man heeft de ogen gesloten. Hij verkeert in volkomen rust en ziet vooralsnog van elke actie af. Het badkuipje is ‘Made in Taiwan’.

Tussen buik en voeten van de badgast steken nog twee andere zaken omhoog die niet van geglazuurde klei of porselein zijn. In voor hen uitgespaarde gaten staan twee gebruiksvoorwerpen opgesteld, een scheerkwast plus een houder waaraan het mesje vastgeklikt moet worden.

Als we opnieuw heen en weer kijken tussen de naakte man en zijn scheergerei, zien we dat hij niet alleen een glimmende en in hoofdzaak kale schedel heeft, maar ook een welvarende snor. Misschien dat die snor in Taiwan iets enthousiasmerends heeft voor binnenlandse kopers. Het zou ook kunnen dat de man in bad uitsluitend voor de export bedoeld is.

De man en zijn scheerkwast zitten nog in hun oorspronkelijke verpakking van cellofaan. Lang geleden heb ik het schitterende setje cadeau gekregen van mijn nog kleine oudste dochter. Het was een sinterklaasgeschenk. Uit het bijbehorende gedicht moest duidelijk blijken dat ik dat was, die man in bad.

Het cadeau was de samenkomst van twee gegevens. Ik ben een man die een deel van zijn leven in bad doorbrengt. Iets in het liggen in een ligbad, in het onmerkbaar langzame afkoelen van een gegeven hoeveelheid warm water, moet stroken met een diepe overtuiging. Zoals er ook muziek bestaat waaraan je je ogenblikkelijk en van seconde tot seconde, maar wetend van het eind, uitlevert in volkomen overgave.

Dit gegeven had mijn dochter gecombineerd met het door mij wel eens uitgesproken verlangen een natscheerder te worden. Onbegrijpelijk vind ik het dat mijn vader, ergens in de jaren vijftig van de twintigste eeuw, van de scheerkwast waarmee hij zoals iedere man in zijn tijd uitstekend overweg kon, overgestapt is op een fonkelnieuwe Philishave. En van hem kreeg ik, zodra er ook maar iets te scheren viel op mijn jonge wangen, net zo’n elektrisch scheerapparaat.

Met dat apparaat en zijn opvolgers ben ik het blijven doen, terwijl ik er innerlijk steeds meer van overtuigd raakte dat de stilte, de souplesse, de precisie van het natscheren meer bij mij hoorden dan het lawaai en de grofheid van zo’n elektrisch apparaat. Drie, vier keer heb ik het geprobeerd. Een natscheerder worden. Om de tien jaar deed ik een nieuwe poging. Dan zag mijn huid er weer een paar dagen uit alsof er een kleine slag op was uitgevochten.

Zelfs elektrisch geschoren blijft een adamsappel een moeilijk ding. Maar adamsappel en mes – de combinatie van die twee roept onrustbarende visioenen op. Wie weet is het juist daarom zo rustgevend om naar de slapende man in het ligbadje te kijken. De man die ik niet ben. De man die er geen weet van heeft dat hij constant bedreigd wordt. Dat altijd het moment kan aanbreken waarop hij de ogen opslaat en de twee leegtes ziet. Mes en kwast, allebei zijn ze verdwenen. Er is iets bloedstollends gebeurd. Hij staart naar het mes in zijn rechterhand en naar de harige kwast in zijn linkerhand. Nu opent hij ook zijn mond. Dit is dan ten slotte het moment van zijn verschrikkelijke schreeuw, het moment waarvoor hij alle voorbereidingen al tijdens zijn slaap getroffen moet hebben.