Reparatie van openheidswet dreigt te sneuvelen in senaat

D66 wil groot onderhoud aan de Wet openbaarheid van bestuur. Minister Plasterk wil reparatie. Dat wringt.

Gemeenten vrezen veel geld te verliezen aan dwangsommen door een overvloed aan informatieaanvragen van misbruikers van de Wet openbaarheid van bestuur.
Gemeenten vrezen veel geld te verliezen aan dwangsommen door een overvloed aan informatieaanvragen van misbruikers van de Wet openbaarheid van bestuur. foto thinkstock

Misbruik van de overheid – welke partij is er niet tegen? Toch lijkt een plan van minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) om dat misbruik aan te pakken, te gaan sneuvelen.

De Tweede Kamer buigt zich vandaag over een voorstel van Plasterk om excessen tegen te gaan rondom de Wet openbaarheid van bestuur (WOB), die overheidinstanties verplicht interne documenten aan burgers te verstrekken als die daarom vragen. Levert de overheid die informatie niet op tijd, dan kan een dwangsom worden opgelegd. Dat heeft volgens Plasterk gezorgd voor een industrie aan bedrijfjes die louter WOB-verzoeken indienen om dwangsommen te innen. Dat kost met name lagere overheden handenvol geld, aldus de minister. Hij wil die dwangsom schrappen.

Niets op tegen, toch? Desondanks keerde vrijwel de volledige oppositie zich tijdens het eerste deel van de behandeling tegen het plan. Dat heeft niet zozeer te maken met de intenties van Plasterk als met de geschiedenis van het voorstel. De minister concurreert met zijn reparatiewet over de dwangsom namelijk met een initiatiefwet van GroenLinks en D66. Zij stellen voor om groot onderhoud te plegen aan de WOB: de levertermijn voor de overheid wordt gehalveerd, er komt een ‘informatiecommissaris’ die gevraagd en ongevraagd advies geeft over openheid, plus een digitale index van overheidsdocumenten. Ook in die wet wordt de dwangsom geschrapt.

Alleen: de behandeling van die wet ligt al een half jaar stil: volgens coalitiepartijen VVD en PvdA omdat D66 en GroenLinks geen haast maken, volgens D66 en GroenLinks omdat de coalitie achter de schermen dermate kritisch was over het voorstel dat het geen schijn van kans maakt in de Kamer.

De problemen met de dwangsom zijn volgens Plasterk dermate groot, dat hij nu alvast met een reparatie komt. D66’er Gerard Schouw, mede-indiener van de initiatiefwet, vindt dat „niet zo netjes”: volgens hem negeert Plasterk hiermee een ongeschreven regel dat het kabinet wetsvoorstellen van Kamerleden voorrang verleent.

Er is ook een groot inhoudelijk bezwaar tegen het voorstel, zo bleek vorige week in de Tweede Kamer. Want, zo vraagt de oppositie zich af, welk probleem lost deze wet eigenlijk op? Er is een aantal onderzoeken gedaan naar de WOB, en ook naar misbruik ervan, maar uit geen van die onderzoeken blijkt hoe groot het probleem werkelijk is.

De onderzoeken waar Plasterk naar verwijst, zijn weinig concreet. Zo zegt een enquête onder overheden uit 2010, in opdracht van het ministerie, dat 21 procent van de WOB-verzoeken vermoedelijk bedoeld is om geld te verdienen aan de dwangsom. Het is onduidelijk waar de vermoedens van misbruik op gebaseerd zijn. Toch gebruikt Plasterk dit percentage om te concluderen dat de afhandeling van oneigenlijke WOB-verzoeken jaarlijks 8 tot 14 miljoen euro kost.

In een recentere enquête uit 2013, van onderzoeksinstituut WODC van het ministerie van Veiligheid en Justitie, zeggen overheden dat ze het onwenselijk vinden dat de dwangsom tot misbruik leidt. Maar zonder erbij te vermelden of ze last van hebben van misbruik. Uit diezelfde enquête blijkt dat driekwart van de overheden in drieënhalf jaar tijd minder dan vijf dwangsommen heeft hoeven uitkeren.

Het plan van Plasterk lijkt het dus niet te gaan redden. Als de oppositie vandaag tegen blijft, heeft de minister twee keuzes. Hij kan de eer aan zichzelf houden door het wetsvoorstel te laten rusten totdat de Tweede Kamer de initiatiefwet van GroenLinks en D66 verder behandelt. Of hij laat zijn wet aannemen met een minimale meerderheid van VVD en PvdA, om hem vervolgens te zien stranden in de Eerste Kamer – tenzij daar een wonder gebeurt.