Passie Janine Jansen inspireert KCO én dirigent

In haar vuurrode lange jurk, waarvan de brede onderkant iets over de grond sleept, is Janine Jansen een laaiende steekvlam die uit het podium van het Amsterdamse Concertgebouw slaat. Ze speelt het Vioolconcert van Mendelssohn, haar lijfstuk, zó gepassioneerd dat het speciaal voor haar lijkt gecomponeerd.

In het eerste deel zijn de climaxen verzengend. In het langzame tweede deel pendelt ze tussen diep-donkere passages en fel oplichtende hoge noten. In het spitse slotdeel stuitert haar strijkstok sprankelend over de snaren van haar Stradivarius.

Met haar enorme inzet inspireert Janine Jansen de musici om haar heen en neemt ze het Concertgebouworkest én de dirigent op sleeptouw. Die dirigent is de 37-jarige Colombiaan Andrés Orozco-Estrada, opgeleid in Wenen en nu Oostenrijks staatsburger. Hij maakt internationaal furore, is chef in Houston en Frankfurt en ook nog eerste gastdirigent van het London Philharmonic Orchestra. Hij debuteert nu met drie concerten in Amsterdam.

Orozco-Estrada is een echte dirigent met consistente opvattingen in dit 19de-eeuwse programma. Hij benadrukt graag uitbundig de extremen, zoals de feestelijke onstuimigheid en de tedere melodieën in Webers ouverture Euryanthe. In de Symfonie nr 7 van Dvorák verkeek de debutant zich op de lastige akoestiek van het Concertgebouw. Vaak klonk de muziek veel te luid en slibde het klankbeeld dicht in het gedaver. Bij Carlo Maria Giulini klonk dat ooit zóveel welluidender.