Parade draait op drank

Het reizende theaterfestival de Parade bestaat dit jaar 25 jaar. Hoe houd je een theatercircus met 500 artiesten draaiende zonder subsidie? En bestaat er zoiets als een ideale Paradevoorstelling?

Zweefmolen op Paradeterrein Rotterdam Foto Rien zilvold
Zweefmolen op Paradeterrein Rotterdam Foto Rien zilvold

Aan het eind van iedere festivaldag kijkt Ray van Santen ’s nachts even naar de omzetcijfers. Hoeveel bezoekers heeft de Parade die dag getrokken? Welke voorstellingen zijn goed bezocht? En wat was de omzet van de cafés op het festivalterrein?

Daarna leest de zakelijk leider de weersvoorspellingen. „Een paar stafleden hebben zich tot voortreffelijke weerkaartlezers ontpopt”, zegt hij. Als er zware regen op komst is, moet hij mogelijk vlonders en zand bestellen. Is er geen wolkje aan de horizon, kan hij extra attracties inhuren.

Ray van Santen (56) is sinds acht jaar zakelijk leider van de Parade. Daarvoor was hij als artiest bij het rondreizende theaterfestival betrokken. Als saxofonist en toetsenist speelde hij in Les Zézettes, de begeleidingsband van Nénette, het ravissante alter ego van Loes Luca. Die productie was een van de grootste successen uit de geschiedenis van de Parade, zowel artistiek als commercieel. Toen die act in 2001 na negen jaar stopte, vroeg de Paradedirectie of Van Santen het festival een impuls wilde geven. Na een stagejaar nam hij de opdracht aan, zonder economische scholing. „Met gezond verstand kom je een eind.”

De Parade draait zonder subsidie. Van Santen en zijn staf zorgen voor tenten, licht, geluid, publiciteit, beveiliging, transport et cetera. Die uitgaven worden bekostigd uit entreegelden, consumpties en kaartverkoop. De artiesten spelen voor eigen risico op het festival. „Dat verhoogt de creativiteit en spontaniteit”, zegt Van Santen. Per voorstelling bepaalt hij de entreeprijs, dit jaar variërend van 1 tot 10 euro. Van de kaartverkoop moeten de artiesten 37 procent afdragen aan de Parade.

Gemiddeld trekt het festival 260.000 bezoekers. Maar in een natte zomer zijn het er ook weleens 30.000 minder geweest en als aldoor de zon schijnt soms aanzienlijk meer. Omdat het festival zo weersafhankelijk is, reserveert Van Santen altijd een deel van de winst. Dat ‘regenpotje’ is na de natte zomer van vorig jaar (4 ton verlies) bijna leeg. Met zijn elf stafleden heeft Van Santen de afspraak dat in uiterste nood iedereen 10 procent van zijn verdiensten inlevert. Twee jaar geleden moest de directeur voor het eerst gebruikmaken van die maatregel. Toen de cijfers later beter bleken dan verwacht, kon hij de inhoudingen weer terugstorten. Voor de artiesten heeft Van Santen een financieel vangnet. Mocht een maker een been breken, dan kan hij beroep doen op het ‘1 procent-potje’. Dat is de „sociale spaarpot” waar Van Santen 1 procent van de afdracht uit kaartverkoop in reserveert.

Over geld praten is niet leuk, zegt de zakelijk leider. Meer plezier beleeft hij aan de programmering, die hij samen met artistiek directeur Nicole van Vessum doet. Met de staf evalueren zij in september altijd het festival. Omdat het publiek „de grootste aandeelhouder” is, is alles erop gericht het voor hen zo goedkoop mogelijk te houden. Van Santen: „Een biertje kost 2,50 euro, dat is voor horecabegrippen heel schappelijk.” Een biertje? De Parade is toch het roséfestival? „Dat is een hardnekkig misverstand. Op de Parade wordt helemaal niet zoveel rosé gedronken.”