Lievig, net iets te lievig

‘Bohemia is over”, zo begint het autobiografische Infinitely Polar Bear van Maya Forbes. De manisch-depressieve vader Cameron is na een hippie-idylle op het platteland in een gesticht beland, zijn twee dochters groeien eind jaren zeventig in armoede op in Boston. Camerons steenrijke, puriteinse familie vindt dat iedereen zijn eigen broek moet ophouden: de enige optie is dat de labiele Cameron anderhalf jaar voor de kinderen zorgt terwijl echtgenote Maggie haar MBA haalt in New York.

Een sappige rol voor Mark Ruffalo, die als vader Cameron in deze bipolaire Kramer vs. Kramer hartverwarmend en bloedirritant is, meestal in dezelfde scène. Camerons opdringerige vriendelijkheid slaat zomaar om in razernij, hij sleept het huis vol halfbakken vuilnisprojecten om dan weer nauwelijks zijn bed uit te komen. Lithium slaat dood, zelfmedicatie met alcohol werkt ook niet. De dochters schamen zich dood voor hun gekke vader, die goede aanzetjes afwisselt met chaotisch schreeuwen en meubels gooien. Maar uiteindelijk zijn ze toch op elkaar aangewezen.

Infinitely Polar Bear is een aangename film over liefde, acceptatie en zelfoverwinning die je toch niet diep raakt. Waaraan dat ligt? Het periodiek smoren van problemen in schattigheid en banjomuziek. Deze ‘indie’ is iets te behaagziek.