Opinie

Kansen op de Wallen

Mijn moeder kreeg post. Uit onze informatie, stond in het briefje, blijkt dat u eigenaar bent van dit pand. En of mijn moeder dat wilde verkopen. Een paar dagen later kwam de afzender aanrijden. Een slanke, jonge man op een scooter. Hij ontwikkelt sinds 2010 projecten in de stad – hij „hoeft niet met zijn naam in de krant”.

Wat ziet hij, als hij naar deze huizen kijkt? Kansen, zegt hij.

De postcode van mijn moeder begint met 1012, het Wallengebied in het centrum van Amsterdam, met zijn raamprostitutie en coffeeshops een internationale attractie.

Drie, vier jaar geleden kon een projectontwikkelaar bij de bank geen financiering krijgen voor een pand in dit gebied. De associatie met crimineel of schimmig eigendom was veel te sterk. Het risico achtten banken te groot. De straten werden gedomineerd door coffeeshops, supermarktjes ter grootte van een tafelkleed en massagesalons.

Nu gaan we zitten op het terras van de Coffee Company in de Oude Doelenstraat (vroeger een speelhal) met mensen om ons heen die vroeger hooguit in looppas de drugsdealers op de brug zouden ontwijken.

Lodewijk Asscher, toen nog wethouder, begon in 2008 een aanpak van de wijk, waarvan het opkopen van panden van eigenaren die de gemeente liever kwijt dan rijk was, het meest in het oog sprong. Tientallen miljoenen zijn van de gemeente gegaan naar ondernemers in de seksindustrie en andere particulieren.

Ontegenzeggelijk is het gebied vooruitgegaan. Er zijn winkels en restaurants gekomen van een soort waar ik met mijn moeder wel gezien wil worden. Als burgemeester Van der Laan vanmiddag dit beleid verdedigt tegenover de gemeenteraad, kan hij daar met recht op wijzen.

Er is ook een effect waar de gemeente misschien wel blij mee is, maar waarvan ze de gevolgen niet in de hand heeft. En dat is waarom de projectontwikkelaar hier briefjes in de bus heeft laten gooien. De gemeente heeft met haar beleid kansen gecreëerd die hij grijpt.

De prijzen zijn de hoogte in gejaagd. Van 3.000 à 4.000 euro per vierkante meter naar 5.000 à 6.0000. De exorbitante prijzen die de gemeente betaalde voor de prostitutiepanden hebben de toon gezet. Doordat de gemeente met de Wet Bibob in de hand sommige ondernemers weert, durven de banken het nu wel aan leningen te verstrekken aan projectontwikkelaars. En doordat het centrum aantrekkelijk is geworden voor meer mensen dan dronken Britten en hoerenlopers alleen, is de belangstelling voor het gebied toegenomen. Dit zijn de drukste vierkante kilometers van Nederland.

De overheid loopt met een vegertje achter de ontwikkelingen aan. Nu zijn er al zoveel hippe ijswinkels dat een bestuurder hardop nadenkt over regulering daarvan – alsof het coffeeshops zijn.

Waar het eindigt? De binnenstad van Amsterdam zal uiteindelijk niet meer betaalbaar zijn voor jan modaal, zegt de projectontwikkelaar. Op de sociale huur- en koopwoningen na. Hetzelfde geldt voor ondernemingen. Er zal ruimte zijn voor mooie, gespecialiseerde winkeltjes, maar verder wordt de binnenstad terrein voor grote winkelketens, hotel en horeca. „Kun je verdrietig over zijn”, zegt de projectontwikkelaar, „maar ik ben liever realistisch.”

Hij verheugt zich erop dat hij later met zijn kinderen door de stad rijdt en kan aanwijzen wat hij heeft gebouwd.

Alleen niet bij het huis van mijn moeder. Zij wil niet weg.