‘Ik zoek altijd kunst die wringt’

Galeriehouder Fons Welters is gisteren in Basel geëerd voor zijn bijdrage aan het Europese kunstklimaat. De voormalige landbouwer heeft al dertig jaar oog voor jong talent. „Ik ben altijd gevallen voor kunstwerken die ik niet begrijp.”

Galeriehouder Fons Welters: „Van sommige voorstellen van kunstenaars heb ik slapeloze nachten gehad.”
Galeriehouder Fons Welters: „Van sommige voorstellen van kunstenaars heb ik slapeloze nachten gehad.” Foto's Roger Cremers, Erik van den Boom, Ewald Timmermans

Liever had hij gewoon weer een stand gekregen op Art Basel. Fons Welters zegt het achteloos, niet boos of verongelijkt. Op de meest prestigieuze beurs voor moderne en hedendaagse kunst in de wereld is de 72-jarige Amsterdamse galeriehouder gisteren in het zonnetje gezet. Zijn grote verdiensten voor het Europese kunstklimaat leverden hem de ‘Lifetime achievement award’ op, een onderscheiding die de Europese galeriefederatie tien jaar geleden in het leven riep. Welters’ naam staat nu in een illuster rijtje van kunsthandelaren. Maar zijn stand op Art Basel heeft hij daarmee niet terug.

Twee weken geleden toonde Welters in zijn huis boven zijn galerie de chique uitnodigingskaart voor de uitreiking. Een champagnetoast, ’s ochtends om tien uur, vlak voor de opening van de beurs. Was getekend Marc Spiegler, directeur van Art Basel.

Acht jaar geleden belde Spiegler hem op. Hij stak een lang verhaal af, zegt Welters, waarvan hij pas langzaam de portee begreep. „Niet langer was ik welkom op de beurs. Ik moest plaatsmaken voor galeries uit opkomende landen als Brazilië.”

Niet dat hij ieder jaar uitkeek naar het Zwitserse kunstcircus. De steeds commerciëlere sfeer maakte hem ongelukkig. Maar Art Basel is wel Champions League, een podium waar hij zijn kunstenaars graag laat zien. Dus dat telefoontje voelde vervelend. „Alsof mijn galerie niet goed genoeg meer was.”

Galerie Fons Welters bestaat binnenkort dertig jaar. De voormalige garage in de Bloemstraat in Amsterdam is altijd een vrijplaats geweest voor vernieuwende ontwikkelingen in de hedendaagse kunst, met de nadruk op sculpturen en installaties. Vele, inmiddels internationaal bekende kunstenaars als Joep van Lieshout, Jan De Cock en Matthew Monahan hadden bij Welters hun eerste solotentoonstellingen. En nog steeds werkt hij veel met jonge kunstenaars.

„Fons is altijd dezelfde gebleven”, zegt Berend Strik, sinds 1990 aan de galerie verbonden. „Enthousiast, geconcentreerd, iemand die altijd de diepte in wil. ‘Er is een grote markt voor slechte kunst en een kleine markt voor goede’, zegt hij vaak. De eerste jaren, toen er weinig geld binnenkwam, at hij alleen brood met pindakaas. Fons gaat echt voor zijn kunstenaars.”

Als kunstverkoper is Fons Welters een laatbloeier: hij begon zijn galerie pas op zijn 42ste. Tot zijn 35ste was hij landbouwer in Munstergeleen, een dorpje in de Westelijke Mijnstreek. Ploegen, zaaien, oogsten en af en toe een boek van Dostojevski, maar een vreemde in de wereld van Joseph Beuys en Andy Warhol. De eerste helft van zijn leven, zegt Welters, heeft hij alleen maar over het weer gesproken.

Hoe maakte u kennis met de kunstwereld?

„Mijn zus ging naar de kunstacademie. Zij nam me mee naar tentoonstellingen en gaf me kunstboeken te lezen. Dat fascineerde enorm. Ik hield van ploegen en bomen kappen, keek niet neer op het boer zijn. Maar durfde ik in die nieuwe wereld te stappen?

„Toen ik in het voorjaar uit woede het opkomende fluitekruid terug de grond in wilde schoppen, besloot ik dat het mooi was geweest. Ik verkocht het familiebedrijf en verhuisde naar Amsterdam. Na een aantal jaren in loondienst te hebben gewerkt, opende ik daar een galerie.

„Het contrast was groot. Ik ben katholiek opgevoed, had het gevoel alsof ik uit de negentiende eeuw kwam. In het begin werd ik heen en weer geslingerd, heb ik vaak overwogen om terug te gaan. Maar als je eenmaal de brug over bent, kan dat niet meer. Soms voelt het alsof mijn leven pas begonnen is op mijn 42ste.”

Van wat voor kunst houdt u?

„Ik ben altijd gevallen voor dingen die ik niet begrijp. Spannende kunst is voor mij kunst die iets nieuws ontgint, zich niks aantrekt van wat er al is. Ik zoek naar kunstenaars die net als ik houden van risico nemen.”

Verkoopbaarheid is niet uw eerste uitgangspunt?

„Nee, ik zoek het experiment. Je ziet dat de hausse op de kunstmarkt tot een steeds groter aanbod van gemakkelijke kunst leidt. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het tegenovergestelde, in kunst die wringt.

„Als ik met een kunstenaar in zee ga, snap ik vaak pas echt waarom ik dat doe als de tentoonstelling er is. De eerste jaren voelde ik me onzeker over mijn keuzes, maar ik heb geleerd op mijn intuïtie te vertrouwen. Dat moet ook wel, want je kunt nu niet meer een jonge kunstenaar eerst een aantal jaren volgen. Als je op een eindexamententoonstelling een talentvol iemand ziet, moet je die nu meteen vastleggen.”

De experimenten van uw kunstenaars vergen soms grote offers. Job Koelewijn wilde eens de achterwand van uw galerie slopen. Zegt u tegen ieder voorstel altijd ‘ja’?

„Van sommige voorstellen heb ik slapeloze nachten gehad. Maar als ik zie dat een idee goed is voor de ontwikkeling van een kunstenaar en iets toevoegt aan wat er al is, dan stem ik in. De commercie krijgt toch al zo de overhand in de kunstwereld. De galerie is een plek voor het experiment, zonder gaat niet. En ja, soms duurt het jaren voordat dat commercieel tot iets leidt. Een grote en fantastische installatie van Aernout Mik is na de expositie zo de vuilcontainer ingegaan. Maar echt goede kunst verkoopt op den duur altijd.”

Waarom bindt u kunstenaars graag jong aan u?

„Er zijn een stuk of acht academies waar ik graag de eindexamens bezoek. Een kunstenaar is op jonge leeftijd een leeg blad. Je kunt een vertrouwensband krijgen en samen naar iets toewerken.

„Waar ik op let? Bij sommige kunstenaars voel je onmiddellijk dat ze een krachtig concept te pakken hebben waarmee ze nog lang voortkunnen. Saskia Noor van Imhoff, die twee keer bij ons heeft geëxposeerd, is zo’n kunstenaar die niet na ieder werk opnieuw moet beginnen. Elke installatie van haar bouwt ook voort op de vorige.”

U bent 72, hoe lang gaat u nog door?

„Ik ga door zo lang als het leuk blijft. Mijn bof is dat ik goede medewerkers heb. En dat niemand zegt dat ik moet stoppen.”