Opinie

Hufterproef

Er is nogal wat commotie ontstaan over het realityprogramma Hufterproef van de EO-tv. Daarin wordt met verborgen camera de reactie geregistreerd van nietsvermoedende mensen op in scène gezet, hufterig gedrag. Voorbeelden: een blinde straatmuzikant wordt beroofd – wat doen de omstanders? Enkele meisjes, gespeeld door actrices, stelen in een kledingwinkel – grijpen andere klanten in?

In de aflevering van 3 juni leek een vrouw in te stemmen met de discriminerende manier waarop een winkelier een meisje met een hoofddoekje behandelde. „Je hebt gelijk”, zegt ze tegen de verkoper. Het gevolg was dat die vrouw op onze schattige sociale media voor hoer en racist werd uitgemaakt. Dit tot haar grote verontwaardiging en verdriet, want de EO was bijzonder leugenachtig met de filmbeelden omgesprongen. In werkelijkheid had zij het juist voor dat meisje opgenomen; het gewraakte citaat hoorde bij een andere situatie.

Het was de EO zelf die deerlijk zakte voor deze hufterproef. Er werd lang geaarzeld en ontweken voordat men spijt betuigde en het programma van Uitzending Gemist verwijderde.

Ik kende het programma niet en heb er inmiddels enkele uitzendingen van teruggekeken. „Verder leuke televisie, niks mis mee”, zei Albert Verlinde, die wel boos was over déze uitzending, in RTL Boulevard. Ik ben het, zoals wel vaker, niet met Albert eens.

Het in de val lokken en met verborgen camera filmen van argeloze mensen in min of meer beschamende omstandigheden is achterbaks en nutteloos, tenzij het om aantoonbaar criminele figuren gaat. Er schuilt sensatiezucht achter en diepe minachting voor mensen.

Het is dan ook geen toeval dat zulke tv-makers bereid zijn de werkelijkheid nog meer te vervalsen om hun programmaatje wat sappiger te maken. Als de God van de EO bestaat, zou Hij die makers eens over Zijn goddelijke knie moeten leggen; Albert Verlinde zou het vast weer leuke televisie vinden.

De Volkskrant bracht een verontwaardigd getoonzette reportage over het hufterige gemarchandeer van de EO met die mevrouw. Prima, niks mis mee, had ik bijna gezegd, maar ik slikte die woorden toch maar haastig in toen ik zeven pagina’s verderop het artikel ‘Ontucht aan de bosrand zonder steunbewijs’ had gelezen.

Dat ging over een 71-jarige Brabander die beweert dat hij zestig jaar geleden herhaaldelijk seksueel is misbruikt door een met naam genoemde broeder. Hij had het nooit aan zijn vrouw en kinderen verteld, wel – na een huwelijk van 38 jaar – aan zijn nieuwe vriendin. Hij beweerde dat zijn broer en zus ervan wisten, maar de broer was dood en de zus wilde niets officieel bevestigen. Er was dus geen enkel steunbewijs, reden waarom de klachtencommissie zijn klacht ongegrond had verklaard.

Ik vroeg me af waarom de Volkskrant zo’n volstrekt oncontroleerbaar relaas afdrukte, inclusief de voornaam van de broeder, de naam van zijn orde en de plaatsnaam daarvan. Lijkt me niet zo aangenaam voor de familie van die broeder die zelf al bijna dertig jaar dood is. Je slaat ’s morgens de krant open en leest dat oom een viespeuk was - volgens één Brabander.

Of gaan we steeds meer die kant op: dat er van alles over je mag worden gezegd en geschreven als je maar een poosje machteloos onder de zoden ligt? Bij wijze van postume hufterproef? Bij de EO hebben ze de titel misschien al klaar liggen: „Van de doden niets dan...”