Hele families zitten in de wiet tegenwoordig

Slechtlopende winkels met plots een nieuwe gevel? Dat kan misdaadgeld zijn, zegt de criminoloog. Wat te doen?

Burgemeester Bernt Schneiders van Haarlem bij zijn uitgebrande auto.
Burgemeester Bernt Schneiders van Haarlem bij zijn uitgebrande auto. Foto ANP / MICHEL VAN BERGEN

Toon de toerist een achterbuurt in Nederland en hij zal vragen: zijn we er al? Waar zijn de dichtgetimmerde ramen, de junks, de hangjongeren?

De overlast in wijken is in Nederland grotendeels uit het straatbeeld verdwenen. De overheid heeft er de afgelopen jaren flink in geïnvesteerd. Stationspleinen werden junkvrij, ‘krachtwijken’ aangepakt en het aantal high impact crimes ging aantoonbaar omlaag: minder straatroven, inbraken en overlastgevende groepen.

De zichtbare criminaliteit daalde, maar de ónzichtbare nam toe, zegt criminoloog Edward van der Torre, lector aan de Politieacademie. Want laat die toerist maar eens beter om zich heen kijken. Is die ene bewoner werkloos, maar staat er wel een Mercedes voor zijn deur? Hoe kan dat? Drugshandel? En waarom zit daar verderop een kapper die nooit iemand knipt? Witwaspraktijken?

Deze voorbeelden zijn onderdeel van een „parallelle samenleving” die volgens Van der Torre in omvang toeneemt. Er zijn wijken waar hele families meewerken aan de wiethandel. Criminelen die miljoenen drugsgeld investeren in tientallen panden. Louche juristen, aannemers en accountants werken mee.

De criminaliteit „verdiept”, zei ook voorzitter van het College van procureurs-generaal Herman Bolhaar deze week bij de presentatie van het jaarverslag van het Openbaar Ministerie (OM). De onderwereld krijgt volgens hem steeds meer invloed op de bovenwereld en dat merkt ook het gezag. Tientallen burgemeesters zeiden onlangs – in een enquête van tv-programma Nieuwsuur – geregeld te worden geïntimideerd of bedreigd. Deze week werd de auto van de burgemeester van Haarlem in brand gestoken, mogelijk als vergelding door een lokale motorbende na een wapenvondst. In 2012 gebeurde hetzelfde met het gemeentehuis van Waalre, vermoedelijk na een conflict met woonwagenbewoners.

‘Ondermijning’ is het woord dat de overheid graag op zulke incidenten plakt. Je hoort het steeds vaker sinds het thema in 2013 ‘topprioriteit’ werd bij gemeente, politie en OM. Alle verwevenheid tussen onder- en bovenwereld valt eronder: bedreiging van bestuurders, maar ook corrupte makelaars, witwassen en wiethandel.

Nieuw is het fenomeen allerminst. Maar de afgelopen decennia is wel wat veranderd. Criminaliteit is niet meer ‘georganiseerd’ in groepen maar speelt zich af binnen ‘fluïde’ netwerken met wisselende samenstellingen. Tegelijkertijd, zegt Van der Torre, zijn sommige criminelen na veertig jaar gedoogbeleid zo rijk geworden dat ze tientallen „of zelfs honderden” miljoenen euro’s verdiend hebben met softdrugs. Die moeten ze nu ergens kwijt. Ze kruipen omhoog naar de bovenwereld via een netwerk van aannemers, advocaten en makelaars om hun geld wit te wassen.

De gevolgen beschrijft Van der Torre met Pieter Tops in het onlangs verschenen rapport Wijkenaanpak en Ondermijnende Criminaliteit. Hierin staan vier wijken beschreven met zulke biotopen – anoniem, want niet elke gemeente is er even trots op.

Tijdens veldwerk zag hij een wijk waar criminelen van buiten hun kans hadden grepen. Gedateerde architectuur had tot het kelderen van de huizenprijzen geleid. Gezinnen trokken weg en vermogende types kochten de panden op voor de hennepteelt. Elders zag hij een belhuis met een jaaromzet van acht ton, waar alleen lokale jeugd rondhing. Jongvolwassenen met peperdure auto’s die elke verkeersregel aan hun laars lapten omdat een boete hen toch niet deert. Een jongen die van zijn vader de simkaart met telefoonnummers van drugsklanten kreeg omdat hij zich als crimineel had bewezen.

Het is criminaliteit zonder directe slachtoffers, buiten aangiftes om. Dus wie heeft er dan last van? Van der Torre: „Het gaat om rechtvaardigheid. Waarom rijdt de werkloze buurman in een Mercedes en ik niet? In sommige wijken zie je in het denken daarover een ommekeer ontstaan. Daar hebben bepaalde criminele families zo’n status en machtsbasis verworven dat ze de nieuwe voorbeelden zijn. Mensen sluiten leningen bij hen af. En als je wijkagenten daar vraagt waar ze ’s nachts wakker van liggen, dan is dát wat ze noemen.”

Met een gezamenlijke aanpak proberen justitie, fiscus en gemeenten geldstromen na te gaan, vergunningen af te pakken en panden te controleren. Eventueel aangevuld met het sterkste geschut: landelijke recherche erbij en stevig wat ‘blauw’ ertegenaan. Of de nieuwe aanpak werkt, moet nog blijken. Van der Torre: „In kleinere gemeenten zitten hooguit een paar mensen in zo’n veiligheidsteam. Dan verlies je het juridisch van vermogende criminelen.”

Op de Politieacademie worden wijkagenten sinds kort geschoold in het herkennen van louche belhuizen, slechtlopende zaken met plots een nieuwe gevel – verbouwingen zijn ideaal voor witwassen. Maar het punt is: om er wat aan te doen, heb je een lange adem nodig. En op het oplossen van onzichtbare criminaliteit wordt geen agent afgerekend.

Van der Torre kwam het ook tegen bij een grote drugszaak in de Randstad. Eigenlijk had het drugsteam uitgebreid moeten worden, erkende de lokale politietop. Maar het team werd juist verkleind. Het district dreigde de doelstellingen voor zichtbare criminaliteit niet te halen.