Een Grieks compromis moet

En wederom slaat ‘het uur U’ voor Griekenland. Vandaag vergadert de Eurogroep van ministers van Financiën over een oplossing voor de Griekse crisis. Komend weekeinde is er wellicht een Europese bijeenkomst op het hoogste niveau.

Het is de zoveelste keer, en de zoveelste deadline. Maar de tijd dringt nu echt. Aan het einde van deze maand loopt het lopende steunpakket van Europa aan Griekenland af. Dan ook moet 1,5 miljard euro aan het Internationaal Monetair Fonds door Athene worden betaald, gevolgd door miljardenbetalingen in juli. En dat is geld dat Athene niet heeft.

De Griekse centrale bank nam gisteren de hoogst ongebruikelijke stap te waarschuwen voor de chaos die kan optreden als er geen akkoord komt. De kasopnames bij Griekse banken lopen al op, en de financiële markten zijn uiterst nerveus.

Intussen zijn Griekenland, en zijn crediteuren (het IMF, de Europese Centrale Bank en de overige eurolanden en -instellingen) elkaar niet verder genaderd.

En toch zal een compromis nodig zijn. Het is begrijpelijk dat in dit stadium steeds vaker de verzuchting klinkt het land dan maar te laten gaan, als de regering-Tsipras daar kennelijk op aanstuurt. Dat zou een noodlottige fout zijn. Voor Europa, voor het prille economische herstel na zeven jaar crisis, voor de internationale veiligheid. En voor Griekenland zelf.

Er moet water bij de wijn, van beide kanten. Een échte, daadwerkelijke schuldverlichting voor de Grieken moet daar deel van uitmaken. Dat schuurt, maar er is nauwelijks een alternatief. Duitsland, het belangrijkste euroland, heeft er zelf ervaring mee. Na de Eerste Wereldoorlog werd het zelf gehouden aan een draconisch schema van herstelbetalingen. Na de Tweede Wereldoorlog werden de schulden grotendeels kwijtgescholden. De verschillende gevolgen van deze twee regelingen zijn bekend: wrok en instabiliteit, tegenover een economische wederopstanding.

Maar van die economische renaissance moet wel gebruik gemaakt kunnen worden. Athene heeft daarin zijn eigen verantwoordelijkheid: een diepe, daadwerkelijke, structurele hervorming van de economie. Anders raakt Griekenland steeds verder in het slop. Of het nu in de euro blijft, of er uit gaat.

Beide kampen moeten dus maatregelen nemen die buitengewoon onpopulair zijn bij de eigen kiezers. Het is voorstelbaar dat dit niet gaat zonder dat zij hebben laten zien te hebben gevochten tot de laatste snik. Dat stadium is nu aangebroken, de standvastigheid is nu afdoende geëtaleerd. Tijd om zaken te doen.