Die dochter moet echt wel héél slim zijn

Hesce Mourits (13) zit in de tweede klas van het Stedelijk Gymnasium in Haarlem. Volgend jaar krijgt ze het vak economie. Ze las op verzoek het boek van Yanis Varoufakis.

Toen ik het boek De economie zoals uitgelegd aan zijn dochter van Yanis Varoufakis kreeg, dacht ik: interessant, want als er iemand is die veel heeft uit te leggen over de economie is het de Griekse minister van Financiën wel. Hij zegt echter niet veel over de Griekse crisis, op een paar subtiele zinnetjes tussendoor na, zoals: „En als het heden niet in staat is de toekomst af te betalen, is er maar één afloop mogelijk: dat die schuld wordt kwijtgescholden – afgeschreven.”

De hoofdstukken zijn steeds op dezelfde manier ingedeeld. Hij begint met een verhaaltje dat heel simpel te begrijpen is, een soort economisch voorbeeld in praktijk. Daarna neemt hij een iets ingewikkelder ander voorbeeld dat ook goed te begrijpen is. En uiteindelijk eindigt hij met een vrij moeilijke constructie die niet altijd te begrijpen is. „Daarmee steunden de volgende zaken elkaar: a. de accumulatie van overschot en b. de vorming van grote expansieve (imperialistische zoals we zeiden!) staatkundige eenheden.”

Als hij de economie met zulke zinnen aan zijn dochter heeft uitgelegd, moet die dochter echt wel héél slim zijn. Een idee dat je ook hebt wanneer Varoufakis vragen stelt als: „En wat is de staat? Is die misschien de onvervalste uitdrukking van ons collectief belang? “Nee!” zul je roepen.”

Ik had geen moment de neiging ‘nee’ te roepen, omdat ik geen idee had waarover hij het had.

Er zitten zeker ook leuke stukken in het boek, zoals het deel ‘Twee Oedipusmarkten’. Hierin staat onder andere het mooie verhaal over ‘het hert, de hazen en de kracht van optimisme’ waarin Varoufakis het belang van vertrouwen uitlegt. Kiezen ze ervoor om samen een hert te vangen of zijn ze bang dat iemand het laat afweten en gaan ze liever een haas vangen omdat dat makkelijker is, maar minder oplevert? Ze willen liever het hert, maar aarzelen omdat ze pessimistisch zijn over de jagerskwaliteit van de andere jager. „Of ze het hert zullen vangen, hangt welbeschouwd af van de vraag hoe optimistisch de jagers zijn dat ze het hert te pakken zullen krijgen!’”

De reden om dit boek te schrijven was om een „recalcitrante puber” een rode pil (een pil met alle werkelijkheid) te geven, een pil waarmee je niet meer trapt in de fouten die alle economen maken. Om dat bij mij te bereiken, zal hij het nog iets makkelijker moeten uitleggen, want ik begrijp nog steeds niet helemaal waarom je in Griekenland straks misschien niet meer met de euro kan betalen.