De tanks denderden over de Stalinallee

Bouwvakkers in Oost-Berlijn legden in juni 1953 het werk neer. Weinig herinnert nog aan de eerste opstand tegen de Sovjets.

Oost-Berlijn, 17 juni 1953: stenengooiers tegenover Sovjettanks.
Oost-Berlijn, 17 juni 1953: stenengooiers tegenover Sovjettanks. Foto Ullstein

De vrouwen van de plantsoendienst bij mij in de straat, de Karl-Marx-Allee, weten van geen herdenking. Ze fatsoeneren, eerder deze week, de Weberwiese, een grasveldje met een romantisch rosarium. Dit is de plek waar op 16 juni 1953 de bouwvakkers die bezig waren aan het laatste blok van de pronkavenue die toen nog Stalinallee heette de straat op gingen. Dat staat ook op het lage muurtje dat dient als herdenkingsmonument.

Op 17 juni 1953 groeide de staking van de bouwvakkers uit tot een massale opstand van mogelijk een miljoen mensen op zevenhonderd plaatsen in de toenmalige Sovjet-Russische satellietstaat DDR. Het was de eerste opstand in het Oostblok tegen het Sovjetregime, dat ook hier met tanks en terreur korte metten maakte met de opstandelingen. Maar terwijl de opstanden in Hongarije (1956) en Praag (1968) iedereen in het geheugen gegrift staan, is deze revolutie lange tijd goeddeels vergeten. Ook in eigen land. De DDR-autoriteiten wezen naar fascistische elementen of de Amerikaanse CIA als verantwoordelijken voor deze ‘contrarevolutie’. Dat lag aanvankelijk anders in West-Duitsland. In West-Berlijn werd de hoofdverkeersader naar de Brandenburger Tor omgedoopt in de Strasse des 17. Juni. Maar de herinnering verbleekte.

Een krans en een toespraak

Bij de Weberwiese houdt deze dinsdagmiddag een busje stil. Drie mannen en drie vrouwen, niet meer de jongsten, lopen op het monument af: zij vormen de kern van de kleine, dwarse Vereinigung 17. Juni 1953. Voorzitter Carl-Wolfgang Holzapfel zet een krans op het muurtje en houdt een toespraak voor de vijf anderen. Holzapfel, een West-Berlijner die zijn hele leven met allerlei acties geijverd heeft voor Duitse hereniging, wil dat 17 juni een vrije dag wordt. En 9 november, de dag waarop in 1989 de Muur viel, moet de nationale feestdag worden. Later zal hij zeggen dat hij weet dat de kans daarop klein is. „Duitse machthebbers houden niet van revoluties.”

Verenigingslid Edith Fiedler is wat slecht ter been en heeft op een speciaal meegebracht houten krukje geluisterd. Na afloop vertelt ze dat zij erbij was, toen de bouwvakkers de straat op gingen. Ze wijst naar een blok aan de overkant. „Ik was 17 en ik werkte daar als leerling-metselaar en dit hier was allemaal puin. Bakstenen moesten we zelf afbikken.”Er waren veel leerlingen. Vakkrachten waren of gesneuveld of in Russische krijgsgevangenschap. „Toen we de 17de op ons werk kwamen, werden we opgesloten in de bouwketen. Er was een uitzonderingstoestand van kracht omdat vele duizenden mensen de straat op zouden gaan.” De leerling-bouwvakkers wisten rond tien uur ’s ochtends via een wc-raampje te ontsnappen.

Tanks op de Stalinallee

„Maar toen raakte ik in paniek. Ik hoorde de Russische tanks aan komen over de Stalinallee.” Ze wijst naar het oosten. „De laatste keer dat ik die gehoord had, was ik 10 jaar, aan het eind van de oorlog. Ik was in shock. Ik had geen geld en geen persoonsbewijs. De tanks reden hier voorbij richting Alexanderplatz.” Op het plein in de allee verderop waar ik woon, de Strausberger Platz, reed een tank een demonstrant dood, vertelt Fiedler. Zelf liep ze helemaal naar huis in de wijk Pankow, in het noorden van Berlijn.

„Als ik dit niet had meegemaakt, was ik misschien gewoon socialist geworden”, zegt Fiedler. Het liep anders. In 1976 werd Fiedler – intussen architect – gearresteerd bij een poging om te vluchten naar West-Berlijn. Ze kwam in de vrouwengevangenis Hoheneck, in Saksen. Fiedler werd uiteindelijk vrijgekocht door West-Duitsland. Ze ging in West-Berlijn wonen. „Toen begon mijn hele leven eigenlijk opnieuw. ”