Opinie

De Politiecolumn: Het strafrecht heeft dus niet de toekomst

Is het geweldsmonopolie van de politie achterhaald? In de politiecolumn schetst Bob Hoogenboom de enorme opkomst van nieuwe bestraffers. De politiefunctie wordt uitgeoefend door een leger aan inspecties, toezichthouders, controleurs – zowel privaat als publiek. De wetenschap blijft achter.

Er wordt wereldwijd uitbundig onderzoek gedaan naar politie. In vijftig jaar is een indrukwekkend oeuvre opgebouwd. Dit onderzoek is in veel opzichten beperkt. De studies gaan overwegend over het zichtbare geüniformeerde politiewerk. Community policing, wijkteams en de buurtregisseur. De recherche, het criminele inlichtingenwerk of grootschalige ordehandhaving krijgen niet veel aandacht. Ook de toverkunsten van afluisteren, gebruik van drones en social media analyses ontbreken. De gevulde boekenkasten geven een eenzijdig beeld.

Eenzijdigheid zit met name in de fixaties van criminologen en politiewetenschappers op de publieke politie. Politie wordt gedefinieerd als een instituut: de nationale politie of de FBI, en als een proces. Dat wat de politie doet - surveillance, orde- en rechtshandhaving, opsporing, verzamelen van intelligence en zelfs de uitoefening van geweld - wordt wereldwijd ook gedaan door duizenden (semi-) publieke organisaties en private ondernemingen. Er wordt niet of nauwelijks onderzoek naar gedaan. De Autoriteit Consument en Markt heeft 150 onderzoekers in dienst die illegale prijsafspraken van bedrijven onderzoeken. Iedere multinational heeft een corporate security afdeling die personeel screent, fraude onderzoekt en de integriteit van de ICT bewaakt. Er wordt geen onderzoek naar gedaan.

Max Weber’s ultieme definitie van de staat: het geweldsmonopolie is achterhaald. Private Military Companies worden in de hele wereld ingezet door multinationals en staten. Private security bedrijven monitoren de kritische infrastructuur: gas, olie, financiële transactie, telecom en het internet. Hoe dit gebeurt, waar, door wie en met welk resultaat is onbekend. Onderzoekers stellen er geen vragen over. Het gilde van politieonderzoekers en criminologen is - en blijft - verslingerd aan de politie als een instituut. Dit instituut (en in het verlengde het strafrechtelijk apparaat) wordt nog altijd als het middelpunt van de wereld gezien. Feitelijk is dit instituut een kleiner wordende pizzapunt in het verhaal over wat ‘politie’ is.

We hebben in ons land Autoriteiten, Inspecties, bijzondere opsporingsdiensten, op gemeentelijk niveau interventieteams en diensten Stadstoezicht. In Rotterdam heeft de laatste een sterkte van 500 fte. Google, KPN, Microsoft, Volkswagen en IBM - slechts een paar van de spelers - herdefiniëren wat politie als een proces is. Er zijn (inter)nationaal geen onderzoeksprogramma’s naar deze vormen van ‘nextdoor policing’. Noch naar ‘nextdoor policing’ door departementale inspecties, de bedrijfsbeveiligingsdiensten van luchtvaartmaatschappijen en de business intelligence bedrijven. In 2002 schat het ministerie van veiligheid en justitie dat er in ons land 1.000 bedrijven actief zijn op de markt van fraudeonderzoek. Sindsdien is vervolgonderzoek uitgebleven.

Expertisebureau’s, forensic accountants, forensic IT-bedrijven, Compliance officers, handelsinformatie kantoren en corporate intelligence ondernemingen zijn 24/7 actief. Er wordt geen onderzoek naar gedaan. De onderzoeksprogrammering van het WODC - de onderzoeksafdeling van VenJ - beperkt zich overwegend tot de slinkende strafrechtelijke pizzapunt. Ik ga soms naar conferenties van de Nederlandse Vereniging van Criminologie, de European en American Society of Criminolog. Ik zie dan fantastische presentaties over traditionele misdaad waar de rechtshandhaving mee is verweven. ‘Nuts, sluts and perverts’. Dezer dagen gaat het over financiële ordehandhaving en over digitale ordehandhaving. Fraude doet zich voor binnen de overheid, het bedrijfsleven en op het snijvlak van publiek en privaat. Politie en justitie zijn instituten van de 19e eeuw. Zij waren het antwoord op maatschappelijke vragen van de 19e en een groot deel van de 20e eeuw. Er is al decennialang een stille revolutie gaande in de wijze waarop de politiefunctie zich ontwikkeld. De politiefunctie is bestuurlijk en privaat geworden. Het strafrecht is nog altijd belangrijk. Al was het maar vanwege de symbolische betekenis.

Maar het strafrecht is niet de hoofdrolspeler in het het maatschappelijk toneelstuk van de bestraffing. Het bestuursrecht, het civiele recht en informele afdoening (mediation, private justice) hebben de toekomst. In de woorden van Michel Foucault ‘er zijn honderden theaters van bestraffing’. En, aan die bestraffing gaan vormen van ‘politie’ vooraf welke niet op de radar staan van de ‘middle of the road’ wetenschap. Nieuwsgierigheid ontbreekt volledig. De intellectuele armoede van de apparatsjiks in de Champions League van het politieonderzoek en de criminologie om het ‘voorterrein van de strafrechtspleging’ te betreden is treurniswekkend. De bestaande kennis- en onderzoeksinstituten spelen onvoldoende in op veranderingen. Zij zijn onderdeel van het probleem.

Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode en bijzonder hoogleraar Politiestudies en Veiligheidsvraagstukken aan de VU. De Politiecolumn wordt afwisselend geschreven door deskundigen uit de politiewereld. Volgende week Kees van der Vijver, oud-hoogleraar Politiestudies in Twente.

Blogger

Bob Hoogenboom

Bob Hoogenboom is hoogleraar fraude en regulering aan Nyenrode waar hij 'fraude en witwassen' in de accountantsopleiding en 'governance/corporate governance & pps' in het modulair MBA-programma doceert. Samen met Marc Schuilenburg geeft hij het mastervak 'Politie en Veiligheid' aan de VU. Bob schrijft blogs op maatschappijenveiligheid.nl en accountant.nl over actuele fraude- en politievraagstukken en twittert als @abhoogenboom. Sinds 1988 is hij als part time docent verbonden aan de Politieacademie. Voor zijn proefschrift Het Politiecomplex (1994) ontving hij de Publicatieprijs van de Stichting Maatschappij en Veiligheid.