Als je het bedrijf maar niet schaadt

Werkgevers hebben niets te maken met wat werknemers in hun vrije tijd doen. Behalve als dit privégedrag hun werk raakt. Dan riskeren ze zelfs ontslag.

Illustratie Tjarko van der Pol
Illustratie Tjarko van der Pol Illustratie Tjarko van der Pol

Je bent op een bedrijfsuitje, buiten werktijd. Je drinkt een biertje, eet een kipkluifje en zingt mee met de jaren ’90-playlist die voor de gelegenheid is samengesteld. De sfeer is jolig, hoewel de vermoeidheid na het zoveelste rondje bezit van je neemt. Dat is het moment waarop een collega je een lijntje coke aanbiedt. Je neemt het aan, dit kan je avond redden en je hebt er bovendien hard voor gewerkt.

Niets mis mee, toch?

Nou, dat hangt ervan af. Niet iedere werkgever zal hier luchtig over oordelen, óók als het snuiven niet op de werkvloer plaatsvond.

De Eindhovense ggz-instelling De Woenselse Poort bijvoorbeeld vroeg vorige week ontslag aan voor acht werknemers die tijdens een afscheidsfeestje van een collega (buiten werktijd) coke en speed hadden gebruikt. De kantonrechter moet nu beslissen of dit ontslag rechtmatig is.

Dit soort zaken komt vaker voor. In april hield energieconcern Shell enkele drugscontroles op zijn chemiebedrijf in Moerdijk. Bij 69 tijdelijke werknemers werden in het bloed sporen van drugs aangetroffen. Zij werden allemaal ontslagen, meldde Het Financieele Dagblad.

‘Vrije tijd’ is dus een relatief begrip: blijkbaar kan je baas die vrijheid inperken. Welke grenzen kan de werkgever trekken in je persoonlijke speelkwartier? Heeft hij iets te zeggen over jouw drugsgebruik? En wat mag hij nog meer van je eisen? Kan hij je, bijvoorbeeld, verbieden om seksistische of racistische dingen te zeggen?

Je hebt recht op uitspattingen

Het ontslagrecht is een lappendeken van individuele gevallen, zeker als het gaat om dit soort zaken. Kantonrechters bekijken elk geval apart. Toch valt er wel een algemene regel te formuleren, zegt arbeidsrechtadvocaat Petra Charbon.

„In principe mogen mensen in hun vrije tijd doen wat ze willen, iedereen heeft recht op zijn eigen aberraties. Die kunnen op zichzelf nooit een reden zijn voor ontslag. Maar dat verandert als het privégedrag invloed krijgt op het werk”, aldus Chabron.

Er zijn gevallen waarin die invloed duidelijk is. Als een werknemer elke avond twee flessen Pinot Gris wegwerkt, om de volgende ochtend steevast te laat te komen en in slaap te vallen op het toetsenbord, trekt niemand dat verband in twijfel.

Wie daarentegen zijn werk goed uitoefent, zal van de baas niet te horen krijgen wat hij mag eten, drinken, roken of slikken. Tenminste, in de meeste beroepen.

Voor sommige banen zijn duidelijke richtlijnen over middelengebruik. Een piloot mag tien uur voor de vlucht geen druppel alcohol drinken. En wie zware machines moet bedienen – zoals de werknemers van Shell – mag überhaupt geen sporen van drugs in zijn bloed hebben. In deze gevallen zijn de regels over middelengebruik duidelijk vastgelegd in de arbeidsovereenkomst of soms zelfs in de wet.

Mag een dominee vloeken in de kerk?

Maar het verband tussen privégedrag en werkprestaties is niet overal zo helder als in het geval van een slapende accountant of een tipsy piloot. Een ingewikkelder toetssteen is de uitstraling die een actie van een werknemer kan hebben op zijn bedrijf. Dat hangt sterk af van je functie, zegt hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp. „Een voorzitter van de vereniging van geheelonthouders die dronken op straat wordt gevonden, heeft een probleem.”

Het is allemaal een kwestie van context. Verhulp: „Een schoonmaker van een kerk kan in zijn vrije tijd misschien vloeken of andere dingen doen die God verboden heeft, maar een dominee kan dat niet doen zonder arbeidsrechtelijke gevolgen.”

Als het gaat om drugsgebruik, zijn de regels strenger voor mensen met een voorbeeldfunctie of voor werknemers in de zorg, zeker als zij werken met verslaafden. Dit was bijvoorbeeld het geval in de ggz-instelling De Woenselse Poort. „Harddrugsgebruik past niet bij een instelling als de onze”, verklaart Joep Verbugt, de voorzitter van de raad van bestuur. „Deze mensen werken met mensen met zware drugsproblemen. Vergelijk het met een brandweerman in zijn vrije tijd een brandje sticht, of een politieman die steelt.”

Onrust op het werk

Mogen de ggz-werknemers dan nooit drugs gebruiken? „Ik kan natuurlijk niet iedereen in zijn vrije tijd controleren”, zegt Verbugt. „Maar hier deden ze het in alle openheid, ten overstaan van collega’s.”

Een andere grond voor ontslag kan de onrust zijn die op het werk ontstaat, zegt Petra Charbon. In principe heeft de werkgever er niets mee te maken als jij bijvoorbeeld in je vrije tijd aan sadomasochisme doet. Maar als jouw collega’s elke keer als jij op je werk komt een zweepje uit hun la pakken om vervolgens een uur niet meer bij te komen van het lachen, krijg je een onwerkbare situatie. Hoewel de werknemer dan op zich niets valt te verwijten, kan dat reden zijn voor overplaatsing of zelfs ontslag.

Bij De Woenselse Poort speelde ook dit element een rol, vertelt Verbugt. De cokesnuivende werknemers hadden hun niet-gebruikende collega’s onder druk gezet om hun mond te houden over het incident. „Zo’n team moet van elkaar op aan kunnen”, zegt Verbugt. „Een situatie waarin collega’s elkaars gedrag veroordelen, leidt tot onderling wantrouwen.”

Wat als je een seksist bent na vijven?

En hoe zit het met het uiten van je mening in je vrije tijd? Mag je je buiten werktijd bijvoorbeeld manifesteren als een enorme seksist? De vrijheid van meningsuiting is omvangrijk, maar ook hier zijn grenzen, zegt Evert Verhulp.

Wat is er feitelijk gezegd? Wordt er aanstoot aan genomen? „Het gaat er ook om of er een verband is tussen de mening en het werk. Ik mag als medewerker van Heineken best zeggen dat alcohol slecht is, maar ik mag niet zeggen: ‘Ik werk bij Heineken dus ik kan het weten’. Dan betrek ik mijn mening op de arbeidsovereenkomst.”

Ook hier speelt de functie van de meningsuiter weer een rol. Iemand als Tim Hunt, de biochemicus die vanwege een vrouwonvriendelijk grapje zijn universiteit moest verlaten, had van hem niet weg gehoeven. „Een briljante chemicus kan een enorme hufter zijn, maar dat gaat de werkgever niet zo aan. Dat is anders als hij allemaal lezingen moet houden. Dan kan een opmerking zijn aanzien en dat van het bedrijf beschadigen.”

Zo lang je privégedrag je werk niet raakt, kun je dus vrij ver gaan. Zelfs niet-arbeidsgerelateerde strafbare feiten kunnen geen reden zijn voor ontslag. Verhulp noemt het voorbeeld van een administratief medewerker van een bank die werd veroordeeld wegens ontucht met zijn stiefkinderen. De bank wilde hem daarom op staande voet ontslaan, maar dat kon volgens de rechter helemaal niet. „De bank mat zich hier een moreel oordeel aan. De vraag moest zijn of die man zijn werk nog behoorlijk kon doen. Het was natuurlijk anders geweest als hij had gewerkt bij Jeugdzorg, maar in dit geval was er geen dringende reden voor ontslag.”

Maar hoe zit het dan met de voormalige toezichthouder van De Nederlandsche Bank, die werd ontslagen toen de baas erachter kwam dat zij bijkluste als sm-meesteres? Dat is een ander geval, want dit ontslag berustte niet op haar sm-voorkeuren, zegt Verhulp. „De grond van ontslag was tweeërlei: ze had haar nevenfunctie geheim gehouden en ze was fiscaal te vriendelijk voor zichzelf geweest. Het feit dat ze een sm-meesteres was, maakte het smeuïg, maar zoiets doet voor de rechter niet ter zake.”

Hoewel beide deskundigen trefzeker voorbeelden noemen, geven ze toe dat het een grijs gebied is.

En uiteindelijk, zegt Charbon, hangt het er ook vanaf welke rechter je treft. „Kantonrechters zijn ook maar mensen, dus zij kunnen het onderling oneens zijn. Het kan soms ook uitmaken of de kantonrechter in Amsterdam zit of in Assen. Mensen hebben normen en waarden en die kunnen, ook in Nederland, sterk verschillen. De een is toleranter dan de ander.”