Een uithaal naar Poetin – bij Nutreco

Foto Mohamed Messara / EPA

Grote sprekers zijn te koop, en dit keer had diervoederproducent Nutreco Madeleine Albright besteld voor zijn tweejaarlijkse netwerkconferentie. Kofi Annan en Bob Geldof gingen de Amerikaanse oud-minister van Buitenlandse Zaken voor. Zulke namen moeten prestige opleveren voor Nutreco, en inspiratie voor zijn klanten.

Albright sprak gisteren voornamelijk over voedselzekerheid; met ruim 800 miljoen hongerende mensen een populair onderwerp in de internationale diplomatie. Geen thema dat nou vreselijk leeft bij klanten van Nutreco – boeren, diervoederverwerkers –, zo bleek in de wandelgangen.

Maar Albright beroerde de zaal vol mannen van middelbare leeftijd. De 78-jarige Albright begon haar toespraak met de mededeling dat ze zelf een boerderij heeft. Met koeien. Dat viel goed. Maar toen ze hard uithaalde naar de Russische president Poetin – ze vergeleek hem nog net niet met Hitler – werd er ongemakkelijk op de stoelen geschuifeld. Rusland is een belangrijke afzetmarkt voor Nutreco. Een Russische werknemer noemde Albright na afloop „een slang”.

Een ander heikel thema dat Albright aansneed zijn de genetisch gemodificeerde organismen, of ggo’s. Albright is fervent voorstander. Zij gelooft dat die noodzakelijk zijn om de wereldbevolking te voeden. Nu maken diervoederfabrikanten al lang gebruik van genetisch gemodificeerde gewassen. Maar de Europese consument wil er niks van weten. En dat bepaalt de Europese politiek.

Die politieke weerstand is ongelukkig, zegt Albright na afloop van haar lezing in haar suite in hotel Huis ter Duin in Noordwijk, waar de conferentie plaatsvindt. „Wat jullie in Europa eten, moeten jullie zelf weten. Maar het Europese verzet tegen ggo’s heeft helaas invloed op de vraag of er genoeg eten is in Afrika, of dat mensen er sterven van de honger.”

Ook het maatschappelijke verzet in Europa tegen het vrijhandelsakkoord met de VS (TTIP), waarover nu wordt onderhandeld, irriteert Albright. De angst voor Amerikaans voedsel vindt ze hypocriet. „McDonald’s zou hier niet overal zijn als er geen grote vraag naar was.”

En dan memoreert ze fijntjes: „Er was een tijd [toen Frankrijk zich tegen de Amerikaanse invasie in Irak keerde, red.] dat wij geen frietjes aten omdat ze bij ons french fries heten.” Ze begrijpt heel goed hoe gevoelig en politiek het thema voedsel is.