Woningcorporaties moeten gewoon meebetalen aan redding Vestia

Het kantoorgebouw van Vestia in Den Haag.
Het kantoorgebouw van Vestia in Den Haag. Foto ANP / Lex van Lieshout

Zes woningcorporaties die een rechtszaak hadden aangespannen omdat zij indirect werden gedwongen om mee te betalen aan de redding van Vestia hebben vandaag ongelijk gekregen bij de rechter. De corporaties moeten gewoon hun bijdrage betalen aan het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV), dat voor de redding werd gebruikt.

De corporaties weigerden om die bijdrage over te maken, omdat Vestia in financiële nood kwam door het speculeren met ingewikkelde derivaten. Dat het CFV de verliezen bij de Vestia afdekte kwam dus neer op het subsidiëren van verboden activiteiten, zo meenden de corporaties. Dat is volgens het Europees recht verboden staatssteun.

De rechter in Alkmaar was het daarmee niet eens, zo meldt ANP vanmiddag. Dat kwam overigens mede doordat de corporaties alleen protest aantekenden voor de heffing die ze moesten betalen en niet tegen het besluit om Vestia te redden. Doordat dit besluit buiten schot bleef, is de vraag of daadwerkelijk sprake was van illegale staatssteun niet te beantwoorden, aldus de bestuursrechter.

De heffing van het CFV zelf – die corporaties elk jaar betalen – is niet in strijd met de wet, zo stelde de rechter vast. Die premie ging in 2013 in flink omhoog toen het fonds ineens 675 miljoen euro moest betalen om Vestia overeind te houden, veel meer dan er op dat moment in kas zat.