‘Waarom praat Bill Gates niet mee in Veiligheidsraad?’

Oud-minister VS

De VN zijn na 70 jaar dringend aan hervorming toe, stelt Albright. Met andere oud-diplomaten doet ze concrete voorstellen voor verandering.

Madeleine Albright in 2014
Madeleine Albright in 2014 Foto MICHAEL REYNOLDS/EPA

Met een vleugje zelfspot stelt Madeleine Albright een ernstige kwestie aan de orde. Ik weet wat oud is, zegt de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken (geboren in 1937). De Verenigde Naties, die dit jaar zeventig jaar bestaan, zijn oud volgens haar, en moeten hoognodig worden aangepast aan de grote veranderingen die de wereld sinds 1945 heeft doorgemaakt.

Als het aan Albright ligt, moet het hele stelsel van internationale organisaties dat na de Tweede Wereldoorlog is ontstaan op de helling, inclusief Wereldbank en IMF. „We hebben betere instrumenten nodig om catastrofes te voorkomen”, zegt Albright, die voor haar ministerschap (1997-2001) onder president Clinton ook ambassadeur bij de VN was (1993-1997).

De grote problemen van deze tijd, van klimaatverandering tot gewelddadig extremisme, kunnen niet meer effectief worden aangepakt door instellingen die uit een ander tijdperk stammen. Met dat uitgangspunt heeft een een groep oud-ministers van Buitenlandse Zaken en voormalige VN-diplomaten onder voorzitterschap van Albright en haar Nigeriaanse oud-collega Ibrahim Gambari een advies opgesteld, met concrete voorstellen hoe het verder moet. In het Vredespaleis in Den Haag werd het gisteren gepresenteerd.

„Ons hele internationale systeem draait om landen”, zegt Albright. „Maar er zijn ook andere spelers en die moeten we er meer bij betrekken. Multinationals, parlementen, steden, hulporganisaties – als je iets aan de klimaatverandering of ondervoeding wilt doen, dan heb je die nodig.”

Neem Coca-Cola, zegt ze. „Om in een land te functioneren heeft dat bedrijf water nodig, en werknemers die gezond zijn en is gebaat bij een zorgbeleid. Of neem Bill Gates, die een enorm grote rol speelt bij de bestrijding van hiv/aids. Als de Veiligheidsraad bijeenkomt zitten zij niet aan tafel, maar het kleine Litouwen [dat nu voor twee jaar een zetel bezet, red.] wel.”

Dat de regering van Litouwen democratisch gekozen is en de raad van bestuur van Coca-Cola niet, erkent Albright. „We zeggen ook niet precies hoe het moet, maar op de een of andere manier moeten we deze spelers aan tafel zien te krijgen.”

De bedoeling van Albright en haar commissie is om een debat aan te zwengelen, zodat de wereldleiders tot wezenlijke hervorming van het internationale systeem kunnen besluiten op een top die daarvoor al voorzien is in 2020. Er zouden meer landen in de VN-Veiligheidsraad moeten worden opgenomen. Er zouden beperkingen gesteld moeten worden aan het gebruik van het veto. De G20 zou meer bij de besluitvorming van de VN moeten worden betrokken. En binnen de VN zou een ‘schaduwraad’ van landen en organisaties een soort oppositierol tegenover de Veiligheidsraad moeten krijgen.

Is Albright niet bang dat haar voorstellen op de achtergrond raken door de crisissituaties die voortdurend alle aandacht opeisen? „Het urgente verdringt bij de VN vaak het belangrijke, inderdaad. Maar daarom komen wij juist met dit advies, want het ís belangrijk. Vaak vragen mensen of ik pessimistisch of optimistisch ben. Ik ben een optimist die zich ernstig zorgen maakt.”