Waarom het toch belangrijk is dat de dino’s echt lijken

De dinosauriërs uit de film zijn in strijd met de laatste wetenschappelijke inzichten. Een gemiste kans: het is cruciaal voor de rechtvaardiging van wetenschappelijke arbeid en de financiering daarvan, stelt Ilja Nieuwland.

Reconstructie van de vogelachtige dinosaurus Haplocheirus sollers. Illustratie Science
Reconstructie van de vogelachtige dinosaurus Haplocheirus sollers. Illustratie Science

Sinds een paar dagen worden we bekogeld met nieuws over de film Jurassic World. Al kort na het uitkomen van de trailer werd er door veel paleontologen betreurd hoezeer de Jurassic World-dinosauriërs het beeld voortzetten dat Steven Spielberg in Jurassic Park (1991) introduceerde. En hoewel die film een mijlpaal was in de populaire verbeelding van deze dieren, was er inmiddels het een en ander veranderd in de wetenschappelijke inzichten over het uiterlijk van dinosauriërs. Jurassic World is in dit opzicht een grote stap terug: in plaats van de dieren volgens de nieuwste inzichten vogelachtiger te maken, heeft de regisseur ervoor gekozen de dino’s nog meer op reptielen te laten lijken.

Opvallend genoeg lijkt de reactie, nu de film uit is, beduidend minder militant dan na het tonen van de trailer. Een aantal vooraanstaande paleontologen, onder wie de Amerikaan Thomas Holtz, laat een laissez faire houding zien. De strekking is dat wetenschappelijke accuratesse niet gevraagd kan worden in het laten zien van een filmuniversum dat zijn eigen regels hanteert, met ‘dinosauriërs’ die door mensen worden gebouwd uit fragmenten DNA.

Het probleem met die benadering is dat dit specifieke universum deels gebaseerd is op het werk van echte wetenschappers die zich bezighouden met echte fossielen – en dat de communicatie tussen wetenschap en populaire cultuur geen eenrichtingsverkeer is.

Toen in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog de Amerikaanse filantroop Andrew Carnegie afgietsels van de dinosaurus Diplodocus aan musea in Europa cadeau deed, plaatste dat ‘Dippy’ ook in het wetenschappelijke centrum van de aandacht. Net zoals tyrannosaurus rex waarschijnlijk niet de superster van de dinosauriërpaleontologie zou zijn geweest zonder Jurassic Park. Dat het publiek een beeld van dinosauriërs heeft dat zo nauw mogelijk aansluit bij de meest actuele wetenschappelijke inzichten, is dus cruciaal voor het maatschappelijk rechtvaardigen van de wetenschappelijke arbeid en de financiering die daarvoor nodig is.

Hoe meer energie we kwijt zijn om dat beeld te corrigeren, hoe minder aandacht we kunnen besteden aan innovatievere vormen van educatie en onderzoek. Andersom geldt: hoe minder het publiek zich herkent in wat wetenschappers produceren, hoe onwaarschijnlijker het is dat het bereid is om zulk ivoren-toren-onderzoek te financieren.

De paleontologen doen braaf mee

We doen als paleontologen en als wetenschapshistorici allemaal braaf mee door ons te laten interviewen en verlenen op die manier geloofwaardigheid aan wat anders een doodnormale zomerblockbuster zou zijn geweest. Maar we moeten niet vergeten dat producties als deze een uitgelezen kans bieden de laatste stand van de wetenschap te tonen en te laten zien hoe ver het onderzoek is gekomen in de vierentwintig jaren sinds Spielbergs eerste dinosaurusfilm. Wanneer Hollywood wetenschappers uitbuit, waarom zouden die wetenschappers Hollywood dan niet iets uitbundiger exploiteren?

Jurassic World is het grootste populaire podium voor paleontologie dat dit jaar voorbij komt. We zijn het aan onze stand verplicht om onszelf daarbij serieus te nemen. Als wetenschappers niet zelf in de bres springen voor inhoudelijke accuratesse, wie moet het dan wel doen? Als we dan als ouwe zeuren worden neergezet: het zij zo, het is ons vak.