Vader kan niet altijd held zijn

Zijn vader is dood. Maar papieren om het te bewijzen hebben ze niet en daarom wacht de elfjarige Ramasan uit Tsjetsjenië en zijn moeder en twee zusjes uitwijzing uit Oostenrijk waar ze al zo lang op hun asielaanvraag wachten dat Ramasan inmiddels vloeiend Duits spreekt. Zijn vader is een held. Dat spreekt voor zich. Hij is gevallen in de oorlog tegen de Russen.

Maar ook elfjarige jongetjes als Ramasan, voor wie de wereld al zo onttoverd is, moeten zich op een dag van hun vader losmaken. Zelfs vaders die helden zijn kunnen fouten maken, onder druk van traditie, omstandigheden of hun karakter en dat inzien doet op elke leeftijd pijn.

Dit klassieke coming-of-ageverhaal is door de Duits-Iraanse Sudabeh Mortezai intiem en betoverend-observerend verteld. Ze ontsluit niet alle geheimen van het leven van Ramasan, maar focust op de relatie die hij met zijn vriendjes, de oudere mannen in de moskee, en de nieuwe vaderfiguur Isa heeft. Isa is een oude maat van zijn vader die op een dag opduikt in het Weense asielzoekerscentrum Macondo waar de documentaireachtige film is opgenomen en zijn naam aan dankt. Hij leert Ramasan de dingen die vaders hun zonen moeten leren: kampvuurtjes stoken, radio’s repareren, solidariteit die uit het hart komt. Maar dat ook vaders niet altijd helden kunnen zijn.