Spinnenpaar in Haags museum

Het Haags Gemeentemuseum mag vijf jaar twee bronzen spinnen van Louise Bourgeois tonen.

Te zien in Haags Gemeentemuseum: Louise Bourgeois, Spinnenpaar (2003, brons en patina van zilvernitraat, 228,6×360,7×365,8cm)
Te zien in Haags Gemeentemuseum: Louise Bourgeois, Spinnenpaar (2003, brons en patina van zilvernitraat, 228,6×360,7×365,8cm) Foto Gemeentemuseum

Het Haags Gemeentemuseum heeft twee grote sculpturen in bruikleen gekregen van Louise Bourgeois (1911-2010), de ‘grande dame’ van de moderne kunst.

De beelden van 2,28m hoog zijn afkomstig van de Louise Bourgeois Studio in New York, dat een aantal grote sculpturen van de Frans-Amerikaanse kunstenares in bezit heeft en deze uitleent aan de vier musea waarmee het een samenwerking is aangegaan. De andere partners van de studio zijn Tate Modern in Londen, het Louisiana Museum bij Kopenhagen en de DIA Art Foundation in New York. Illuster gezelschap, zegt directeur Benno Tempel. „Dit zegt iets over de internationale status van onze collectie moderne kunst.”

Het museum mocht zelf bepalen welke beelden het de komende vijf jaar wilde lenen. Tempel koos Spider Couple (2003), een grote bronzen sculptuur van twee spinnen. Bourgeois maakte vele van dit soort beelden als eerbetoon aan haar moeder, een tapijtweefster en ‘een spinner van verhalen’. Het andere beeld, Clouds and Caverns (1982-1989), was een suggestie van de studio. Deze verbeelding van een nachtelijk hemellandschap zou volgens de medewerkers van de kunstenaar goed tot zijn recht komen in de architectuur van Berlage. In 2010 kocht het Gemeentemuseum een groot beeld van Bourgeois dat de aanleiding vormde voor een tentoonstelling waarbij de kunstenares nog nauw betrokken was. Gebruikelijk is dat zo’n aankoop gevolgd wordt door een schenking. Door de dood van Bourgeois kwam het daar niet van, zegt Tempel. Hij heeft goede hoop „dat een van de bruiklenen straks definitief in het museum blijft”.

Het Haags Gemeentemuseum is actiever met bruiklenen dan andere musea. Vrees dat bruikleengevers proberen beter te worden van overeenkomsten met musea heeft Tempel niet. Hij spreekt van „gekke beeldvorming” en „klinkklare onzin”. Ook wijst hij op de lange en vruchtbare traditie die het museum met particuliere bruiklenen heeft. „Onze Mondriaans en onze Egon Schiele hebben we op die manier bijvoorbeeld verworven.”