Smartphone die wel vijf jaar meegaat

De Fairphone 2 is de eerste telefoon die eenvoudig gerepareerd kan worden, door de gebruiker zelf. Beter voor het milieu en goedkoper.

Foto foto Fairphone

Pats! Olivier Hébert heeft er een klusje bij. Op gezette tijden laat de technisch directeur van het Nederlandse bedrijf Fairphone zijn telefoon – een vroeg prototype van de Fairphone 2 – van oorhoogte op de grond kletteren. Even testen. „Vanmorgen ging er voor het eerst eentje stuk”, aldus Hébert.

De Fairphone 2 moet schokbestendig zijn. En als er toch iets stuk gaat, dan moet de gebruiker de telefoon zelf kunnen repareren. Zit er een barst in het scherm? Een nieuw lcd-paneeltje is er zo in geklikt. Andere camera of een andere usb-poort? Kwestie van twee schroeven. Je hoeft geen whizzkid te zijn – een fietsband plakken is ingewikkelder. Zo wil Fairphone de gemiddelde gebruiksduur van een toestel verlengen van twee naar vijf jaar.

Het is voor het eerst dat een telefoon beschikbaar komt voor een groter publiek waarbij onderdelen makkelijk zelf zijn te vervangen. Het toestel is vanaf de herfst te koop. Het idee voor een toestel met verwisselbare modules bestaat al langer. De Nederlandse industrieel vormgever Dave Hakkens bedacht Phonebloks – een telefoon van een soort legoblokken. Project Ara, van Googles voormalige dochter Motorola, werkt aan iets dergelijks.

Maar deze initiatieven hebben vooralsnog niet geleid tot een toestel dat daadwerkelijk te koop is. Het idee druist in tegen de financiële belangen van telefoonfabrikanten. Die willen je liefst elk jaar een nieuw toestel verkopen. De snelle vervangcyclus wordt aangejaagd door telecomproviders die elke twee jaar een contract – met telefoon – willen verkopen. Als een toestel stuk gaat, lijkt repareren vaak zinloos; ‘je ‘krijgt’ toch zo weer een nieuwe’.

Eerlijk en transparant

Fairphone wil de arbeidsomstandigheden in de elektronica-industrie verbeteren. Het bedrijf verzet zich tegen uitbuiting van arbeiders in mineraalmijnen in Afrika en de hoge werkdruk in Aziatische fabrieken. Fairphone wil telefoons maken die ‘eerlijk en transparant’ worden geproduceerd.

Het eerste Fairphone-toestel slaagde daar ten dele in, erkent Bas van Abel, oprichter en directeur van Fairphone. „We namen een licentie om een bestaand Androidtoestel te mogen produceren. Daar hoorde een keten van toeleveranciers bij. Vervolgens keken wat we eraan konden verbeteren.” Dat ging onder meer om gebruik van tin en tantalium uit ‘conflictvrije’ mijnen en betere betaling voor de Chinese arbeiders die de toestellen in elkaar zetten.

Het plan achter de Fairphone 2 reikt verder. Fairphone ontwerpt zelf een toestel – de eerste prototypes zijn klaar, de tweede reeks komt eraan – en richt een eigen productlijn in. Het bedrijf kan nu bij elk onderdeel controleren of het ‘fair’ geproduceerd wordt. Het gaat om zo’n tweeduizend onderdelen met honderden verschillende leveranciers. Van de zware metalen in het trilmotortje tot het goudlaagje dat over interne verbindingen wordt gelegd. Niet alles is in één keer te verbeteren; hoeveel onderdelen gegarandeerd ‘fair’ zijn valt nog niet te zeggen. Maar, benadrukt Van Abel, „we houden ons aan onze belofte dat we stap voor stap dingen in de productieketen verbeteren”.

Van de eerste Fairphone (2013) werden 60.000 exemplaren verkocht: eerst 25.000 en daarna nog eens 35.000 in een nieuwe productieronde.

Inmiddels verkoopt Fairphone – veertig medewerkers, net verhuisd naar een ruimer kantoorpand aan het IJ – al een half jaar lang niets meer. Het bedrijf moest investeren in een nieuwe productlijn. Het benodigde geld komt van een banklening van 2,5 miljoen euro, niet van geldschieters. Van Abel: „Investeerders willen in ruil voor geld ook invloed uitoefenen. Dat willen wij niet. Een lening van 2,5 miljoen is veel voor een start-up, maar we hadden in de eerste anderhalf jaar wel 16 miljoen euro omzet.”

Prijslijst van alle ingrediënten

De Fairphone 2 is qua specificaties vergelijkbaar met de Samsung Galaxy S5, uit 2014. De telefoon ondersteunt 4G-netwerken, heeft een behoorlijk recente processor en een high definition-scherm van 5 inch. De richtprijs, 525 euro, valt hoger uit dan verwacht. Van Abel: „We hebben veel last van de lage koers van de euro. De contracten in deze industrie betaal je in dollars.” Fairphone zal bij het nieuwe model wel een prijslijst van alle ingrediënten samenstellen, om te laten zien waarom de telefoon precies zo veel kost.

Van Abel denkt dat voldoende mensen bereid zijn een eerlijke prijs te betalen voor een ‘eerlijk’ toestel. En anders is er nog dit rekensommetje: een gewone smartphone van 500 euro is in twee jaar afgeschreven, de nieuwe Fairphone kan vijf jaar mee. Weliswaar heeft de gebruiker dan niet meer het modernste toestel, maar de ontwikkelingen in de smartphone-industrie gaan niet meer zo snel dat elk jaar een upgrade nodig is. Die vijf jaar is overigens een ‘ambitie’, zegt Fairphone.

De Fairphone 2 is van ‘binnen naar buiten’ ontworpen: eerst de technische ingrediënten, vervolgens de behuizing. Door de extra schroeven en connectoren – er zijn minder verbindingen gesoldeerd – is de telefoon iets dikker dan gebruikelijk. Dat wordt gecompenseerd door de achterkant, die meteen als verwisselbare beschermhoes functioneert. De hoes heeft een uitbreidingspoort om er later nog een ‘slimme hoes’ met draadloze oplader of een nfc-radio aan te klikken.

Een scherm voor 60 euro

De Nederlandse smartphone met schroeven gaat niet zo ver als het open hardwareproject van Project Ara of Phoneblocks, waarbij vrijwel elk onderdeel van de telefoon inwisselbaar is. Van Abel: „We hebben pragmatische keuzes gemaakt en ons geconcentreerd op de onderdelen die het vaakst stuk gaan.”

Volgens verzekeringsmaatschappijen gaat eenderde van alle telefoons stuk. De helft van al die ongelukken betreft het scherm. Veel iPhone-gebruikers lopen rond met een kapot scherm omdat ze de reparatie te duur vinden (bij een iPhone 6 al snel 200 euro). Een vervangend lcd-scherm zou bij de Fairphone 2 minder kosten – Hébert schat het op 60 of 70 euro.

De Fairphone 2 zal in oktober, uiterlijk november te koop zijn. Van Abel denkt er zo’n honderdduizend per jaar van te kunnen verkopen. Dat is weinig vergeleken bij de 1,2 miljard smartphones die jaarlijks worden verkocht. Maar het gaat Van Abel er niet om om zoveel mogelijk telefoons te verkopen: „We willen andere fabrikanten laten zien dat het kan.”